![]() |
In de omgeving van het Franse pelgrimsoord Vézelay reflecteert schrijfster en filosofe Joke Hermsen op het belang van rust, verveling, aandacht en wachten. Ervaringen die van levensbelang zijn, maar waar nauwelijks ruimte meer voor is in onze overvolle agenda?s. Hermsen laat zich hierbij inspireren door de eeuwenoude pelgrimsroute naar Compostela, die in Vézelay begint. Meer lezen >>> |
![]() |
Van wie is de tijd? Is de tijd nog wel aan ons, want onophoudelijk zit de tijd ons op de hielen. In Stil de tijd neemt Joke J. Hermsen de tijd en de tijdgeest kritisch onder de loep. Met behulp van denkers als Henri Bergson, Ernst Bloch, Peter Sloterdijk en Emmanuel Levinas ontwikkelt zij een nieuwe visie op het fenomeen tijd. Zij stelt vragen als: 'Bestaat er nog een andere, meer persoonlijker tijd dan de kloktijd' en 'Heeft de tijd een begin en einde?' 'Met
de combinate van eruditie en fijnzinnigheid weet Hermsen een opmerkelijk
concreet boek te schrijven over ongrijpbare sensaties'. NRC. Meer
lezen >>> |
Een historische roman over de meest duistere periode in het leven van de 18e eeuwse Nederlandse schrijfster Belle van Zuylen en over het eeuwige conflict tussen liefde en trouw, hartstocht en rede, vrijheid en moraal. Meer lezen >>> Klik
hier om naar de speciale De liefde dus pagina te gaan. |
|
![]() |
De profielschets Een
satirische roman over de academische perikelen van Professor Brakhoven
bij het bepalen van de profielschets van een nieuwe hoogleraar wijsbegeerte.
En de ontluisterende ontmoeting met zijn echtgenote, die werkloos en lusteloos
vegeteert in een nieuwbouwwijk ergens in een randstedelijk suburbia. |
![]() |
Heimwee naar de mens Een
bundeling van essays over literatuur (Gustave Flaubert, Virginia Woolf,
Ingeborg Bachmann), filosofie (Hannah Arendt, Sarah Kofman, Martin Heidegger)
en beeldende kunst (Marlene Dumas, Armando). |
![]() |
Tweeduister Een
historische roman over de Engelse kunstenaarsgroep Bloomsbury en een fascinerende
verbeelding van de jaren tussen de twee wereldoorlogen, waarin kunst wordt
geconfronteerd met politiek en liefde met geweld. |
![]() |
Het dameoffer Romandebuut
over een zoektocht naar de oorsprong, een grote liefde in Parijs en een
ambivalente moeder-dochterverhouding. |
|
Overige publicaties
Nu eens dwaas dan weer wijs. Belle van Zuylen tussen Verlichting en Romantiek, Red. Joke J. Hermsen en Riette van der Plas. Amsterdam: Van Gennep 1990. Sharing the Difference, Eds. Joke J. Hermsen en Alkeline van Lenning. New York/London: Routlegde 1991. Nomadisch narcisme, Lou Andreas-Salomé, Belle van Zuylen en Ingeborg Bachmann. (Dissertatie) Kampen: Kok Agora 1993. Het denken van de ander, Kampen: Kok Agora 1997. The
Judge and the Spectator. Hannah Arendt's Political Philosophy, Eds.
Dana Villa & Joke J. Hermsen. Leuven: Peeters 1999. |
|
In De profielschets ontrolt zich een intrige vol menselijk drama en venijn, gecomprimeerd tot een dag. De vakgroep Wijsbegeerte van de Amsterdamse universiteit gaat een nieuwe hoogleraar aanstellen. Dat is geen sinecure gezien de richtingenstrijd en onderlinge vetes die er heersen. Over één ding is men het echter eens: de nieuwe hoogleraar moet een vrouw zijn. Uitgesproken kandidaat is Anja Griffioen. Zij heeft haar sporen binnen de vakgroep verdiend maar is ook controversieel. De lepe hoogleraar Contemporaine wijsbegeerte Bernt Brakhoven heeft echter een andere vrouw op het oog: een buitenlandse filosofe naar wie meer dan alleen zijn intellectuele begeerte uit gaat. En dan is er nog de eigenzinnige Det van Vliet, die op het laatste moment bedenkt dat er ook voor haar kansen zijn. Na maanden gebakkelei hoopt men tijdens de vakgroepsvergadering eindelijk tot een profielschets te komen. Ondertussen volgt de lezer wat er zich op hetzelfde moment afspeelt in het hoofd en het leven van Ella, een buiten de vakgroep gevallen promovenda en tevens de echtgenote van Bernt Brakhoven. Zij vegeteert werkloos en lusteloos in een nieuwbouwwijk ergens in een randstedelijk suburbia. Haar eenzaamheid, gefnuikte illusies en hardnekkige herinneringen aan gewelddadigheden in de huiselijke kring komen messcherp naar voren tijdens een lange sessie bij haar psychiater. Ondertussen,
nog steeds diezelfde dag, probeert haar zoon Tobias, een verlegen en angstig
jongetje van zeven, het broze ijs uit op het slootje voor hun huis. |
|
'Heimwee
naar de mens', een boek op het snijvlak van literatuur en filosofie, is
niet toevallig van de hand van een filosofe in wier werk de belangstelling
voor kunst en verbeelding vanaf het vroegste moment aanwezig is geweest.
In een reeks prikkelende essays probeert zij de mens terug te vinden die
dreigt te bezwijken onder het gewicht van de geschiedenis, (godsdienst)
oorlogen en de verregaande mechanisering van het bestaan.
De Arbeiderspers 2003. Non-fictie. 280 blz. ISBN 9029515538 |
|
Londen
1925. Martha Thompson, dochter van een Britse wetenschapper en een Nederlandse
actrice, reist van Amsterdam naar Engeland om meer te weten te komen over
de verdwijning van haar vader op de slagvelden van Passchendaele. Een
officiële overlijdensakte heeft ze nooit gekregen. Levenstekens evenmin.
Naarmate haar onderzoek vordert, raakt ze meer en meer verzeild in de
kring van Bloomsbury-schrijvers en -kunstenaars als Virginia Woolf, T.S.
Eliot, Vanessa Bell en Marlow Moss.
De Arbeiderspers 2001. Feit & fictie. 468 blz. ISBN 9029521953 |
|
Det
van Vliet komt na een barre, nachtelijke autorit aan bij het door onkruid
overwoekerde Zuid-Franse huis van haar ouders. Ze is niet alleen op de
vlucht voor de verstikkende relatie met haar vriend, maar wil ook herinneringen
opdiepen aan de zomers die zij in het Zuiden met haar ouders heeft doorgebracht.
Sinds die op eigen houtje zijn gaan dwalen door de Noord-Afrikaanse woestijn,
zijn zij van het beeldscherm van haar leven verdwenen. Moeder en dochter. Twee generaties, twee stijlen. Het zwaarmoedige idealisme van de jaren zeventig tegenover de nuchtere werkelijkheidszin van de jaren negentig. Twee stemmen die tegen elkaar ingaan, op elkaar afketsen, maar elkaar ook opzwepen en beminnen. 'Het
dameoffer' is een meeslepend verhaal over geleefde en geschreven levens,
over rouw en (on)trouw, herinnering en verlangen. |
|
‘De structuur - brieven, romanvorm en dagboeken – is echt een vondst van Hermsen, daarmee maakt ze de roman intrigerend veelzijdig. Het levert prachtige draden op tussen heden en verleden, knipoogjes en spiegelingen, zonder dat ergens van overlap sprake is. Nauwelijks vallen de verschillen op tussen de historische bronnen en de rest van de roman. Hermsen schrijft in steen gebeitelde zinnen, rotsvast, trefzeker, en op het scherp van de snede. ‘Ne keuvelez pas.’ Hermsen publiceerde eerder een essay over deze van Zuylen-zin, nu brengt ze hem in praktijk. Dat doet ze ijzersterk, intelligent en uitdagend, zelfs biografisch gezien. Kortom: De liefde dus is precies zoals een roman hoort te zijn: zonder gêne tot op het bot.’ (Fleur Speet, Financieel Dagblad) ‘Op basis van Belle van Zuylens geschriften schreef Joke J. Hermsen een smaakvol en vindingrijk verhaal over het grote mysterie in Belle van Zuylens leven. Belle van Zuylen was in die periode halverwege de veertig, en ongelukkig in haar huwelijk. Wat is er toen gebeurd tussen haar en de jonge bankier? Geen biograaf die uitkomst kan bieden. Dus verplaatst Hermsen zich als romanschrijfster in Belle en Jean-Samuel, en zal ze zich om meer dan een reden verbonden voelen met haar hoofdpersonage: ongeveer even oud als Belle toen, eveneens belezen, en al net zo geboeid door de immer gespannen, spannende verhoudingen man-vrouw, lichaam-geest, vrijheid-moraal. Hartstocht is een ziekte, passie trekt zich niets aan van de moraal, in verliefdheid word je een ander – en denkt pas dan jezelf te zijn.’ (Arjan Peters, in de Volkskrant) ‘Hermsen koos, om begrijpelijke redenen, voor een ‘mysterieuze’ periode uit het leven van haar idool, zodat ze de vrijheid had om de historische feiten aan te kunnen vullen met verwikkelingen, overwegingen, gevoelsuitstortingen, dialogen en brieven van eigen hand. Hermsen is erin geslaagd een levedig en genuanceerd beeld te geven van haar heldin: driest en gevoelig, plichtsgetrouw en egoistisch, natuurliefhebster en stadsmens. Een steeds terugkerende vraag die zij zichzelf stelt is of ze haar hart en haar gevoel moet volgen of voorrang moet geven aan een algemener belang: huwelijkstrouw, de fatsoensnormen, de eer en reputatie van de familie. Wat is, met andere woorden, de zin van het leven? Het eigen geluk, of dat van anderen? De liefde dus is een levendige en gevarieerde roman met een heuse, klassieke ontknoping, gebaseerd op een noodlottig misverstand.’ (Janet Luis in NRC) ‘Joke Hermsen heeft voor een gedrufde verteltechniek gekozen, waarin een gecontrueerd verhaal, brieven en dagboeken elkaar afwisselen. De inhoud van Belle’s dagboeken vallen samen met een verslag van de overtocht van haar geliefde Jean-Samuel d’Apples naar Amerika. Dit is een meesterlijke vondst. Voor degenen die bekend zijn met het werk van Belle van Zuylen, kan De liefde dus alleen maar een welkome aanvulling zijn. Het is verrassend en spannend en de diepe innerlijke beschouwingen van Belle zijn met veel precisie en schoonheid beschreven. Wie Belle nog niet kende, wil na het lezen van dit gefictionaliseerde levensverhaal beslist meer van haar weten. Het vermengen van feit en fictie heeft ook in deze roman van Joke J. Hermsen heel goed uitgepakt’ (Pauline van der Lans op www.literairnederland.nl) ‘Hart of hoofd. De kwestie waar de liefde de tanden op stuk bijt. Hoe die kwestie verpakt gaat is afhankelijk van tijd, plaats en cultuur. Is het gevoel sterk genoeg om de scherpe randjes van rationele bezwaren te vijlen? Met deze vraag worstelt het romanpersoange Belle van Zuylen in de vierde roman van schrjfster en filosofe Joke J. Hermsen, getiteld De liefde dus. Mooi is te zien hoe de schrijfster ruimte heeft gevonden om haar verbeelding de vrije loop te laten waarbij ze zich toch aan de historische gegevens gehouden heeft. Het sterkst is Hermsen in de meer beschouwende passages. Bijvoorbeeld als Belle in een brief aan een vriend uiteenzet wat er mis kan gaan in de liefde. Liefde die teveel door hartstocht wordt geleid draagt een vernietigende kracht in zich, omdat het ertoe leidt dat twee mensen volledig met elkaar willen versmelten. Daarmee putten ze de bron van de liefde, het vreemd zijn aan elkaar, uit. Een prikkelende gedachte.’ (Marte Kaan, in De Groene Amsterdammer) ‘Inspirerend genoeg voor een roman die in fictieve dagboekfragmenten en brieven filosofisch onderzoekt wat het wezen van de liefde is, en die de lezer van nu probeert mee te trekken in de roes van deze ’ziekte die hartstocht heet’. Mooi is hoe Hermsen binnen de grenzen van deze waar gebeurde fictie de plot weet uit te bouwen, met een misverstand en een gemiste ontmoeting, zoals het hoort in een liefdesroman. Tot aan de klassieke ontknoping blijft het spannend hoe de affaire zich heeft voltrokken. Fraai is ook het decor van de achttiende eeuw: het politieke gerommel in Parijs, de heftige reizen per koets (aan het begin) en per boot (aan het slot) die de wanhoop van Belle en haar minnaar illustreren en verlevendigen. Ook de omhaal van woorden, de plechtige filosofische bespiegelingen van deze achttiende-eeuwse piekerprinses laten zich lezen als een vlucht in het romantische.’ (Jann Ruyters in Trouw) |
|
Tegen
de huidige tijdgeest in verkent Hermsen in literatuur, muziek en beeldende
kunst het belang van rust, vertraging, verveling, aandacht en wachten.
Ervaringen die sinds de Oudheid als de belangrijkste voorwaarden voor
de creativiteit en het denken beschouwd werden, maar in het huidige economische
tijdsgewricht op weinig waardering hoeven te rekenen. Lees
hier de inleiding op het boek. |
De spanning tussen onze drukke levens en onze behoefte aan rust verwijst naar het onderscheid tussen kloktijd en een andere, meer persoonlijke en innerlijke tijd. Deze beleefde tijd zegt volgens Hermsen wellicht ook iets over de ziel, een begrip dat de afgelopen eeuwen door de wetenschap weliswaar ten grave is gedragen, maar thans in filosofische en literaire teksten aan een come-back bezig lijkt te zijn. Ook ons taalgebruik zit nog vol uitdrukkingen over de ziel, zoals bezield, en je hebt me op mijn ziel getrapt. Maar wat verstaan we nu precies onder het woord ziel? Hermsen verbindt hedendaagse interpretaties van de ziel aan ervaringen en begrippen als innerlijke tijd, een dieper gelegen zelf en het onbewuste. Hoe verhoudt de ziel zich tot onze bewuste identiteit? Kan deze nog als inspiratiebron voor ons denken en creativiteit gezien worden, zoals Nietzsche meende, toen hij sprak over de windstilte van de ziel die aan elk creatief proces vooraf zou gaan? De eerste pelgrims die van Vézelay naar Compostela liepen meenden dat deze lange wandeltocht louterend voor hun ziel werkte, omdat zij zo dieper in zichzelf konden afdalen. Tegenwoordig lopen ook vele moderne pelgrims weer deze eeuwenoude route. Hermsen schrijft haar literair-filosofische beschouwing over de ziel tijdens een lang verblijf in de buurt van Vézelay en gaat aldaar op verkenning uit. Menen de pelgrims van nu dat zij een ziel hebben, en zo ja, hoe onderscheidt deze zich dan van ons lichaam en onze geest? Ze komt met een verrassende interpretatie van de 21e eeuwse ziel, die haar eerdere beschouwing over innerlijke tijd aanvult en verdiept. |