Voordracht Joke J. Hermsen tijdens de presentatie
van haar nieuwe roman Blindgangers bij uitgeverij De Arbeiderpers

Geachte aanwezigen, mijn dank is groot dat u ondanks dit barre weer, ondanks deze hagel en regenbuien maar helaas geen sneeuw – naar de Herengracht bent gekomen om mijn nieuwe roman Blindgangers ten doop te houden. Over 'Vriendschap en andere ongemakken' zal de komende boekenweek gaan, de CPNB koos dit jaar dit thema uit, en waarover gaat mijn roman? Juist, over 'vriendschap en andere ongemakken'. Ik denk niet dat de CPNB spionnen richting de Trompstraat heeft gestuurd. Ik denk ook niet dat de kersverse directeur al zo vlot op het e-book is, dat hij niet alleen het boekenweek geschenk als e-book wil uitbrengen – waardoor er echt niemand meer naar de boekhandel hoeft - maar ook via literaire clouds romans in wording kan kraken, maar 'toevallig' is het wel. Of zou het weer iets met de tijdgeest te maken hebben? Zou er soms iets met onze vriendschap aan de hand zijn? De gemiddelde Amerikaanse man, las ik in de krant, zag zijn echte vriendenaantal de afgelopen twintig jaar van ruim vier naar amper 1 zakken. Maar wij toch niet? Wij hebben toch minstens 500 vrienden op facebook, of zouden die dan toch niet onder vriendschap vallen, maar eerder onder de categorie 'en andere ongemakken', die de CPNB zo ironisch achter het thema van de vriendschap heeft geplakt?

In Blindgangers begeeft een groep oude vrienden zich door een wit besneeuwde nacht naar een plek op het platteland om daar 25 jaar vriendschap te vieren. Dat is de kortst mogelijke samenvatting van het boek. Maar als ik daar nog iets aan toe moet voegen, zou ik zeggen dat een vand e vragen die hen daar bezighoudt is of er eigenlijk nog wel sprake is van echte vriendschap, nu ze elkaar nauwelijks meer zien, omdat hun tijd wordt opgeslokt door het logistieke gegoochel met werk, partners, kinderen en natuurlijk al die smartphones en beeldschermen die ze maar niet uit kunnen zetten? Wordt er na al die jaren nog wel echt iets gedeeld, behalve misschien de aanschaf van nieuwe dingen? Is er nog wel iets over van die oude verbondenheid van vroeger, die hun vriendschap destijds typeerde en waarmee ze zich sterk maakten voor een betere wereld? Of delen ze alleen nog hun verleden, 'delen ze alleen nog hun herinneringen', zoals de Franse dichter Rene Char dat ooit omschreef in zijn bundel 'Les loyaux adversaires'? Loyaux adversaires, oftewel: 'Toegewijde tegenstanders', al met al geen slechte metafoor voor de vriendschap.

Ruim vijfentwintig jaar geleden alweer vertaalden Henk van der Waal en ik deze bundel voor Picaron, een kleine Amsterdamse uitgeverij, en het gedicht gaat in zijn geheel als volgt: 'Zij die alleen hun herinneringen delen, / worden door eenzaamheid overvallen, en meteen is het stil./ Wat zei je? Je sprak me van een liefde zo ver weg, dat zij zich voegde bij de kindertijd. Zovele listen worden gebruikt door het geheugen.' Toen ik gisteren over dit praatje nadacht – wat ga ik zeggen? Moet ik wel iets zeggen? - schoot me die dichtregels van Char weer te binnen, en ik was eerlijk gezegd verbaasd om daar vrijwel alle thema's van mijn nieuwe roman in te herkennen: vriendschap, eenzaamheid, herinneringen, een verre liefde, de kindertijd en de listen van het geheugen. 'Gedichten van Char zijn vaak orakelspreuken, raadselachtige verzen die de lezers uitnodigen op zoek te gaan naar de duistere wortels van hun bestaan', schreven Henk en ik in de inleiding, amper 26 jaar oud en dus nog niet zo heel erg duister geworteld. 'Zijn poezie confronteert ons met wonderlijke en soms ook beangstigend vervreemdende beelden', vervolgden wij ernstig, 'en alles wat wij 'smalle stromen van verwarring en verwachting' nog kunnen doen is te vertrekken van daar waar we zijn, en dat raadsel proberen te ontcijferen.' Opnieuw was ik ontroerd en werd ik door enige weemoed bevangen, door die ernst van ons, en door ons verlangen de waarheid van Chars poezie zo dicht mogelijk te naderen. Want ook daarover, over de mogelijke teloorgang van onze ernst en onze passie in deze meedogenloos ironische tijden, en over onze gestrande zoektocht naar het ware, naar datgene wat er echt toe doet, gaat mijn nieuwe roman.

Literatuur schept 'pleisterplaatsen van omheinde moed', meende Rene Char. Die pleisterplaatsen doemen vooral dan op als er op weg gegaan wordt, als er vertrokken en gezworven wordt, niet alleen letterlijk door de buitenwereld, maar ook en vooral door de eigen 'binnenwereld'. Er wordt nogal wat afgezworven in Blindgangers. Waar mijn vorige boek vooral een verkenningstocht door de tijd was, is Blindgangers misschien vooral een reis door de ruimte, waarbij het woord 'afstand' een belangrijke rol opeist. Afstand verkrijgen tot je zelf, opdat je over je eigen handelen kunt nadenken, afstand tot de ander, zodat je deze kunt blijven ontmoeten, afstand tot de wereld, om deze goed te kunnen lezen en te interpreteren. De meeste personages in mijn boek hebben moeite met afstand nemen; het ontbreekt hen aan tijd, aan reflectie, maar ook aan moed. Misschien dat er daarom wel zo sterk in en uitgezoomd wordt in mijn roman. Om die noodzakelijke afstand voelbaar te maken, die zo wezenlijk is voor de vriendschap, voor de liefde, voor het denken.

Walter Benjamin heeft in een essay over zijn vriend Bertold Brecht beschreven hoe belangrijk de afstand is voor de vriendschap. Waar de liefde soms de neiging heeft de afstand tussen twee mensen op te heffen, viert de vriendschap juist de afstand, maakt hij deze vruchtbaar. Vriendschap streeft geen symbiotische versmelting, maar vrienden behouden in hun relatie van onderlinge verbondenheid hun afzonderlijke individualiteit. En ze mogen van mening, van smaak verschillen. Het zijn immers elkaar 'toegewijde tegenstanders.' Waarschijnlijk is het zowel in de liefde als in de vriendschap de kunst om de juiste, belangeloze afstand tot elkaar te behouden.

Helaas past dat beeld niet zo goed binnen onze mythe van het innig verenigde stel. Dat levert soms van die merkwaardig amorfe koppels op, die je met dezelfde trainingspakken aan over de hei ziet banjeren. Hetzelfde willen zijn, hetzelfde willen denken en doen, een en dezelfde willen worden: het is vaak de valkuil onder de liefde. In mijn roman wordt de hoge prijs getoond die we voor het verlangen naar symbiose moeten betalen: woede, wraak en immens verdriet als de een zich van de versmelting los wil scheuren en de ander als een half mens achterlaat, dat niet meer kan nadenken maar alleen nog maar uit pijn kan handelen, met meestal als grootste slachtoffer: de kinderen. Misschien zou het daarom alleen al verstandig zijn ook in de liefde die belangeloze en bezitsloze afstand te betrachten. Een vorm van 'verliefde vriendschap'; als het verliefde na verloop van tijd wat uitgeraasd is, ach, dan behouden we toch nog de vriendschap en kunnen onze kinderen in vertrouwen opgroeien.

Rene Char probeerde in zijn poezie een 'pleisterplaats van omheinde moed' te scheppen. Die pleisterplaatsen, van het gedicht, van het verhaal, van de roman, hebben we nu misschien meer nodig dan ooit tevoren, om ons te beschermen tegen de minachting van de wereld die louter nog in dingen en cijfers, kortom in economie, geinteresseerd lijkt te zijn. Over die nihilistische wereld gaat mijn boek ook; er gloren immers nog maar weinig lichtbakens aan de westerse horizon. En er zullen veel verliefde vriendschappen, veel pleisterplaatsen en veel gezamenlijke pogingen om nieuwe vergezichten te schetsen nodig zijn om die horizon weer een beetje aan te lichten. Als u straks, morgen, misschien vannacht al Blindgangers open slaat, hoop ik dat u denkt zo'n 'pleisterplaats' te betreden, 'waar 's nachts niettemin de sterren binnen dringen', om de dichter Char nog een maal te citeren. Ik moet u echter ook waarschuwen. Het betreden van die plek is niet zonder risico. Degene die zich daar waagt, zal misschien zelf ook enigszins verblind raken, maar uiteindelijk, en leest u vooral door, zal er zo sterk uitgezoomd worden en er zo'n grote afstand ontstaan, dat u zich kunt vergapen aan het weidst mogelijke vergezicht dat ik op dit moment voor u op papier heb gekregen. (Dank) Dan is nu het moment gekomen het eerste exemplaar van mijn boek uit te reiken. En ik doe dat met veel plezier aan Margot Dijkgraaf, die ik vele jaren geleden in Parijs ontmoette. Margot verbindt het schrijven over literatuur in NRC Handelsblad aan het scheppen van een podium, o.a. op Spui 25 in Amsterdam, waar over al die pleisterplaatsen van omheinde moed gesproken en gedebatteerd wordt. Daarom wil ik haar nu heel graag het eerste exemplaar van Blindgangers aanbieden.


Dankwoord bij de uitreiking van de Jan Hanlo essayprijs 2011.

Ik heb heel toevallig een dankwoordje bij me, dames en heren, en dat is maar goed ook, omdat je niet alles aan het toeval kunt overlaten, maar veel ook weer wel, zoals uit dit praatje nog zal blijken.

‘Het moest er weer eens van komen’, zei Barbara Hanlo, toen ze me een paar weken geleden opbelde om te vertellen dat ‘Stil de tijd ‘voor de Jan Hanlo prijs genomineerd was. Het moest er weer eens van komen? Hoezo, zult u denken? Nou ja, het was al weer een paar maanden geleden dat wij elkaar ‘toevallig ontmoet’ hadden en dus ‘moest het er weer eens van komen’. Nu is een paar maanden helemaal niet zo lang voor toevallige ontmoetingen, maar niet in het geval van BarBara Hanlo, die daarmee haar familienaam eer aan doet. Ik woon al zo’n 40 jaar in Amsterdam, en ik verbaas me er eigenlijk vaak over dat ik zo weinig bekenden tegenkom. Waar zijn al die oude vrienden, kennissen en familieleden toch, als ik eens over de Noordermarkt loop of op Koninginnendag de vrijmarkt in het Vondelpark afstruin? Waar houden ze zich schuil?

Uitreiking Jan Hanlo essayprijs 2011 aan Joke Hermsen voor Stil de tijd. Foto: Jaap de Jonge.

 

Soms denk ik wel eens dat ze stiekem wegduiken als ik eraan kom, want je kunt toch niet 40 jaar in een stad wonen en dan nooit eens iemand toevallig tegenkomen? Zo niet Barbara Hanlo. Want Barbara kom ik werkelijk overal tegen. Barbara heeft daarmee hoogstpersoonlijk de toevallige ontmoeting voor mij gered, en daar ben ik haar dankbaar voor. Want wat is een leven zonder toevallige ontmoetingen? "Niet de noodzaak maar het toeval is vol betovering’, zoals Milan Kundera schreef.

Ik kom Barbara overigens niet alleen in Amsterdam steeds toevallig tegen, maar ook als ik een duinpan in Bloemendaal afwandel, komt zij net omhoog klimmen, of als ik argeloos een museum in Tilburg bezoek, staat Barbara daar de video-installaties te bekijken. Zelfs als ik midden in Frankrijk in een benzinestation een broodje koop, loopt Barbara doodleuk naar de kassa om af te rekenen, ‘Nou dat is ook toevallig!’, zeg dat wel, en zo kan ik nog wel even doorgaan, want nog nooit ben ik iemand zo vaak op zulke uiteenlopende plaatsen tegengekomen, terwijl we elkaar pas 8 jaar kennen. Ik moet dat hier toch even kwijt, omdat de eerste keer dat ik Barbara ontmoette in 2003 was, bij een van de eerste uitreikingen van de Jan Hanlo essayprijs, die zij mede ter ere van haar oom, de dichter Jan Hanlo, heeft opgericht. Ik geloof dat mijn dankwoord toen grotendeels bestond uit het oefenen van Hanlo’s bekende klankgedicht, Oote Oote Oote boe, dat ook wel zijn meest dadaistische gedicht genoemd wordt, omdat, jawel, ‘het toeval’ er zo’n grote rol in lijkt te spelen.

De verschillende klankwoorden lijken als het ware toevallig op het papier te zijn gevallen, zoals de dadaisten ook hun min of meer toevallige collages maakten, door uitgeknipte plaatjes willekeurig naar beneden te laten dwarrelen. Oote Oote Oote boe zou trouwens een van Hanlo’s meest bekende gedichten worden, hoewel het een halve eeuw geleden niet iedereen kon bekoren. De VVD stelde er destijds zelfs kamervragen over, omdat men niet wenste dat er belasting geld aan een tijdschrift gespendeerd zou worden, dat dergelijk ‘infantiel gebazel’ publiceerde. Jan Hanlo wordt wel gerekend tot de experimentele dichters onder de Vijftigers, maar niets, zo blijkt maar weer, is zo experimenteel als het leven zelf. Als mij toen in 2003 gezegd zou zijn dat ik Barbara de komende jaren zo vaak toevallig zou ontmoeten, zou ik die persoon ongetwijfeld een zeer experimentele geest toegekend hebben.

De laatste keer dat ik Barbara zag was bij de opera Die Soldaten, en dat is inderdaad alweer een paar maanden geleden. ‘Dus moest het er maar weer eens van komen’ en ik wil de jury van de prijs dan ook bedanken dat zij deze zoveelste ontmoeting mogelijk hebben gemaakt.

 

Uitreiking Jan Hanlo essayprijs 2011 aan Joke Hermsen voor Stil de tijd. Foto: Jaap de Jonge.

Ook Peter Nijssen van de Arbeiderspers, Henk van der Waal, voor het lezen van het manuscript, en Jaap de Jonge, die niet alleen de cover maar ook de illustraties maakte, wil ik heel hartelijk bedanken; zij hebben ieder op eigen wijze het toeval een handje geholpen dat mijn boek deze respons heeft gekregen. Een van mijn geliefde filosofen, Nietzsche, schreef ooit dat ‘geen enkele winnaar in het toeval gelooft’, maar u begrijpt dat ik hem deze keer dan toch moet tegenspreken. Misschien zat de Franse wetenschapper Louis Pasteur er dichterbij was toen hij zei dat ‘het toeval diegene begunstigt die erop voorbereid zijn.’

Ten slotte, opnieuw: Jan Hanlo. Als het goed is gaan we zo een kort en vrolijk fragment zien en horen van Hanlo’s klankgedicht De mus, door Tom America op muziek gezet en ook door hem ‘gezongen’. Dit gedicht gaat eigenlijk precies zo als u zou denken dat een gedicht over een mus zou gaan, geen woord meer en geen woord minder, mussiger kan het bijna niet, zal ik maar zeggen. Hermans meende dat er in een roman ‘geen mus van het dak mag vallen, zonder dat dit gevolgen heeft’; een schrijver mag met andere woorden niets aan het toeval overlaten. Nu ben ik net aan een nieuwe roman begonnen, en die uitspraak zit me toch niet helemaal lekker. Als het leven vol toeval zit, waarom een roman dan niet? Hoogste tijd dus om de mus en het toeval in ere te herstellen, en dat met behulp van de mussenvertolker bij uitstek: Jan Hanlo, die Hermans beroemde uitspraak overigens veranderde in: ‘Zonder geluk valt niemand van het dak’, tevens de titel van zijn postuum uitgegeven autobiografische roman. Dames en heren, dank u wel voor uw aandacht, laten we met z’n allen gelukkig van het dak vallen met De mus van Jan Hanlo.

 

Woensdag 29 juni reikte Joke Hermsen als voorzitter van de jury de eerste Geert Grote pen voor de beste, nederlandstalige scriptie wijsbegeerte uit aan Michiel Meijer, voor zijn scriptie over Friedrich Nietzsche en Charles Taylor. Zie www.geertgrote-alliantie.nl.

De komende zomermaanden geeft Hermsen geen lezingen, maar kunt u wel interviews met haar lezen in onder meer Hollands Diep, Schoolbestuur en Limburg onderneemt. Op 4 september is zij aanwezig op Manuscripta Amsterdam, voor een interview over haar nieuwe roman Blindgangers, die eind van het jaar zal verschijnen.

Over de Schaduwmachine van Jaap de Jonge, te zien t/m 6 januari in de hal van metrostation Weesperplein te Amsterdam schreef Hermsen deze begeleidende tekst.

Schaduwmachine

Een halogeenlamp, geplaatst in het centrum van vier draaiende transportbanden waaraan tientallen boomfiguren zijn bevestigd zijn, projecteert schaduwen op een tegenoverliggende wand. De grootte en snelheid van de boomsilhouetten roepen een 3 dimensionale wereld op, waarin de toeschouwer/reiziger zich verplaatst. Met dit werk keert Jaap de Jonge, na jaren van multi-mediale rondzwervingen, terug naar een van de oerprincipes van de film: het oproepen van een werkelijkheid door middel van het projecteren van schaduwen op een wand.

Het kunstwerk kan ook gezien worden als een commentaar op een van de eerste teksten over de interpretatie van de werkelijkheid: de mythe van de grot van Plato. In deze mythe zit een groep mensen vastgeketend tegenover een rotswand. Zij kunnen alleen voor zich uit kijken. Achter hen brandt een vuur. Daarachter trekt een stoet helpers voorbij, die allerhande voorwerpen met zich meedragen en waarvan de schaduwen op de rotswand geprojecteerd worden. De grotbewoners denken dat deze schaduwen de werkelijkheid vormen.
In de Schaduwmachine worden illusie en werkelijkheid samengebracht.

Het kunstwerk roept de illusie van een eindeloze reis door een sneeuwlandschap op. Aan de ene kant kun je je laten meevoeren, op reis gaan door dit schaduwenlandschap, zonder ooit ergens aan te komen. Tegelijkertijd geeft het mechaniek ook in detail het geheim prijs hoe deze werkelijkheid met slechts licht en schaduw geschapen wordt.

De grotbewoners/toeschouwers zijn met andere woorden niet langer vastgeketend aan de rotsen, maar zien voor hun ogen hoe de werkelijkheid niet zozeer een vaststaand gegeven is, maar iets dat geschapen en gesuggereerd wordt.
Dé werkelijkheid kortom bestaat niet, maar moet altijd geinterpreteerd worden.

Joke J. Hermsen

 

 

Persbericht

Joke J. Hermsen schrijft dit jaar het Essay voor de Maand van de Spiritualiteit


Windstilte van de ziel

In de omgeving van het Franse pelgrimsoord Vézelay reflecteert schrijfster en filosofe Joke Hermsen op het belang van rust, verveling, aandacht en wachten. Ervaringen die van levensbelang zijn, maar waar nauwelijks ruimte voor is in onze overvolle agenda’s. Hermsen laat zich hierbij inspireren door de eeuwenoude pelgrimsroute naar Compostela, die in Vézelay begint. In navolging van Nietzsche stelt ze: Pas vanuit de ‘windstilte van ziel’ is er ruimte voor creativiteit.

De spanning tussen onze drukke levens en onze behoefte aan rust verwijst naar het onderscheid tussen ‘kloktijd’ en een andere, meer persoonlijke en innerlijke tijd. Deze ‘beleefde tijd’ zegt volgens Hermsen ook iets over de ziel, een begrip dat de afgelopen eeuwen door de wetenschap ten grave is gedragen, maar aan een come-back bezig lijkt te zijn. Ook ons taalgebruik zit nog vol uitdrukkingen over de ziel, zoals ‘bezield’, en ‘je hebt me op mijn ziel getrapt’. Maar wat verstaan we nu precies onder het woord ‘ziel’?

Hermsen verbindt hedendaagse interpretaties van de ziel aan ervaringen als ‘innerlijke tijd’, een ‘dieper gelegen zelf’ en het onbewuste. Kan de ziel nog als inspiratiebron voor onze creativiteit gezien worden, zoals Nietzsche meende, toen hij sprak over de ‘windstilte van de ziel’ die aan elk creatief proces vooraf zou gaan?

De eerste pelgrims die van Vézelay naar Compostela liepen meenden dat deze lange wandeltocht louterend voor hun ziel werkte, omdat zij zo dieper in zichzelf konden afdalen. Ook veel moderne pelgrims lopen weer deze eeuwenoude route. Hermsen schrijft haar beschouwing over de ziel tijdens een lang verblijf in de buurt van Vézelay en gaat aldaar op verkenning uit. Ze komt met een verrassende interpretatie van de 21e eeuwse ziel, die haar eerdere beschouwing over ‘innerlijke tijd’ aanvult en verdiept.

Joke J. Hermsen is auteur van diverse romans en essaybundels, waaronder haar succesvolle Stil de tijd (2009). Ze is een veelgevraagd spreekster over het thema ‘tijd’.


NRC Handelsblad over Stil de tijd:

‘Met de combinatie van eruditie en fijnzinnigheid weet Hermsen een opmerkelijk concreet boek te schrijven over ongrijpbare sensaties. Dat maakt dit boek geslaagd en inspirerend, een aansporing om zaken als fijnzinnigheid, intuitie en ontvankelijkheid te koesteren.'

 

Recensie Volkskrant Stil de tijd *****

Zonder verveling of lege tijd geen creativiteit, geen verassende verbanden of niet eerder gedachte gedachtes, ja zelfs geen filosofie.

'Hermsen houdt nog een ander pleidooi: voor een herwaardering van de verveling, of positiever gezegd: voor de lege tijd, die ze beschouwt als een sine qua non van de creativteit. Waarbij zij met instemming de Duiste filosoof Wilhelm Schmidt aanhaalt, die de verveling omschrijft als een ´vacuùm dat van alles aantrekt, ongedachte gedachten, gedurfde ideeeèn, verbanden en samenhangen die plotseling zin geven. Met veel instemming citeert Hermsen Heidegger, die schrijft dat 'uit het niets van de verveling de filosofie wordt geboren' Beide citaten combinerend kunnen we de essaybundel van Hermsen beschouwen als een geslaagd voorbeeld van de vruchten van de verveling.'

'Vooral Bergson krijgt haar volle aandacht in een doorwrocht en zeer leesbaar essay, waar ze ook uitgebreid ingaat op de inlvoed van de tijdfilosoof op Marcel Proust. Opvallend genoeg wijdt ze ook een enthousiasmerend opstel aan het opus magnum Das Prinzip Hoffnung van de bijna vergeten Ernst Bloch. Haar hartekreet aan het einde van dit essay: 'Het is hoog tijd voor een Nederlandse vertaling van dit opmerkelijke filosofische werk', is ook mij uit het hart gegrepen.'

'Hermsen laat zich bij haar bespiegelingen over de tijd niet alleen leiden door de werken van anderen. In twee reisjournalen vertelt ze hoe de verandering van de landschappelijke en culturele omgeving ook een verandering in haar tijdsbeleving met zich meebrengt. Heel verrassend is bijvoorbeeld haar constatering dat in het tijdsbesef van de grieken de toekomst niet voor hen maar achter hen ligt.'

'Het mooist aan deze bundel is bellen blazen in de tijd, waarin Hermsen een verrassend en overtuigend verband legt tussen de diepere zin van het bellenblazen door Hedwig in Frederik van Eedens roman 'Van de koele meren des doods' en het bellenblazende kind in Peter Sloterdijks Sferen.'

Hans Driessen

Lees hier de hele recensie: Lof der verveling
(http://kunst.volkskrant.nl/boeken/recensie/9789029571395/Stil de tijd/Hermsen, Joke J.)

 

Luxe uitgave van Stil de tijd in beperkte oplage.

Ontvang een persoonlijk gesigneerd exemplaar van Stil de tijd en van het essay Windstilte van de ziel, de film over Stil de tijd (18 minuten) én een gesigneerde, luxe print (in genummerde oplage van 50) uit Stil de tijd van beeldend kunstenaar Jaap de Jonge in één pakket voor maar 179 euro. U kunt kiezen uit vier verschillende prenten, behorend bij de hoofdstukken over Edmond Jabes (1) Simone Weil (2), het dubbele gezicht van de tijd (3) en de muziek van Simeon Ten Holt (4).

Stil de tijd beleeft inmiddels al de 13e druk. Niet alleen de essays, maar ook de illustraties die graficus en beeldend kunstenaar Jaap de Jonge (www.jaapdejonge.nl) speciaal voor het boek maakte, krijgen van het publiek veel waardering. Daarom heeft de Jonge vier illustraties in een gesigneerde en genummerde oplage (50) op hoogwaardig aquarelpapier laten afdrukken, formaat 28 x 28 cm, die u samen met een gesigneerd exemplaar van het boek, en van het nieuwste essay van Hermsen, Windstilte van de ziel, kunt bestellen. Als u zich hier inschrijft ontvangt u deze luxe uitgave voor slechts 179 euro (incl. verzendkosten). U heeft de keuze uit de volgende vier afbeeldingen.

1- De Weg
2- Wachten
3- Andere kloktijd
4- De Golf

 

Spui 25, Amsterdam. Woensdag 4 november, 20.00 uur.

Foto's van de boekpresentatie in Spui 25, gemaakt door Marijke Blankma

Tijd van leven. Een avond over tijd.

Boekpresentatie van 'Stil de tijd'. Pleidooi voor een langzame toekomst, door Joke J. Hermsen. Met lezingen van Marjolijn Februari, Hans Achterhuis en Jan Bor.

Druk bezig zijn en een overvolle agenda hebben is synoniem met een succesvol bestaan. Als er op een ochtend nauwelijks mails binnenkomen, kan de vertwijfeling reeds toeslaan. Leegte, rust en niets doen zijn geen inspiratiebronnen meer, maar de angstaanjagende voorboden van een bestaan in de marges van de maatschappij. Deze hang naar activiteit en de snelheid waarmee technologische ontwikkelingen zich opvolgen geven velen de indruk de tijd niet meer bij te kunnen benen. ‘Geen tijd hebben’ lijkt dan ook een fundamentele ervaring van deze tijd te zijn.

In 'Stil de tijd' neemt Joke J. Hermsen dit verschijnsel kritisch onder de loep. Vanuit het gedachtegoed van Henri Bergson, Ernst Bloch, Peter Sloterdijk en Emmanuel Levinas ontwikkelt zij een nieuwe visie op het fenomeen tijd, waarin zij een onderscheid aanbrengt tussen kloktijd en innerlijke tijd. Tegen de huidige tijdgeest in verkent zij het belang van rust, verveling, aandacht en wachten. Ervaringen die sinds de Oudheid als de belangrijkste voorwaarden voor het denken en de creativiteit werden beschouwd, maar die in het huidige economische tijdsgewricht op weinig waardering hoeven te rekenen. Tijdens deze avond zullen Hans Achterhuis, Jan Bor en Marjolijn Februari een filosofische reactie geven op haar boek, waarna ze met elkaar in discussie gaan. Na afloop is er gelegenheid het boek te laten signeren.

Joke J. Hermsen is schrijfster en filosofe. Zij publiceerde vier romans bij De Arbeiderspers, waaronder De profielschets en De liefde dus en de essaybundel over kunst en filosofie Heimwee naar de mens. In Stil de tijd verkent zij een andere tijd dan de kloktijd.
Hans Achterhuis is filosoof en emeritus hoogleraar filosofie van de Universiteit Twente. In publicaties als Het rijk van de schaarste, De erfenis van de utopie en in zijn recente boek Met alle geweld (2008) verbindt hij filosofische vraagstukken aan actuele maatschappelijke kwesties.
Jan Bor is filosoof en publicist. Hij was redacteur van 25 eeuwen oosterse en westerse filosofie en De verbeelding van het denken. Hij promoveerde op het werk van Henri Bergson en publiceerde in 2005 Op de grens van het denken. De filosofie van het onzegbare.
Marjolijn Februari is schrijver, filosoof en columnist bij de Volkskrant. Voor haar roman De literaire kring ontving zij de Annie Romein-Verschoorprijs 2007.

De toegang voor deze avond is gratis, reserveren is verplicht op www.spui25.nl

Joke J. Hermsen ontvangt de Halewijnprijs. Foto: ©Fons Zijlstra

Juryrapport Halewijnprijs 2008

Er is een vrouw ten prooi gevallen aan een heftige emotie. Zo overweldigend dat zij op de vlucht staat, zonder uitleg aan vrienden of haar echtgenoot. Opgejaagd, gekweld door vlammende pijnen, jakkert zij voort over wegen in een Europa dat aan de vooravond staat van de Franse Revolutie. In deze turbulente episode weet zij één ding vol te houden: schrijven. Helder en fascinerend. Ruim twee eeuwen later wordt de lezer opnieuw meegevoerd in de maalstroom van gebeurtenissen die het leven van de schrijfster overheersen: De liefde en hartstochtelijk verlangen staan op het spel!

De verschijning van De liefde dus aan het begin van dit jaar heeft ons blij verrast. In het huidige Nederlandstalige literaire landschap springt deze roman er duidelijk uit. Vooral door het experimentele karakter en de gewaagde mix van feit en fictie. De diepgang van de filosofische bespiegelingen doet vermoeden dat achter de naam Joke J. Hermsen een geletterde dame schuilgaat; minstens zo geletterd als het hoofdpersonage van het boek: de Franstalige Nederlandse schrijfster Belle van Zuylen, in haar tijd bekend als Isabella de Charrière. In De liefde dus is meer te vinden dan een goede plot en spannende scènes tegen een interessant historisch décor.

Reden genoeg voor nader speurwerk naar Joke J. Hermsen. Wij bogen ons over eerder werk van deze auteur. En ontdekten dat hier iemand sinds haar debuut in 1998 gestadig aan het bouwen is aan een rijk en gevarieerd oeuvre, de moeite waard om in zijn geheel te lezen.

Het debuut Het dameoffer, over een jonge vrouw in confrontatie met de relatie tot haar moeder, wordt twee jaar later gevolgd door de lijvige roman Tweeduister. In het interbellum van de vorige eeuw, gaat het meisje Martha op zoek naar het lot van haar verdwenen vader. Overgestoken naar Engeland raakt zij daar verzeild in de Bloomsbury Group. En zo verwikkeld in de levens van kunstenaars als Virginia Woolf en T.S. Eliot. Met kennis van zaken en groot inlevend vermogen treft Hermsen hier de juiste toon. Zoals ook de toon van de in die kringen heersende stream of consciousness, die hier volgens het klassieke principe van imitatio geslaagd wordt toegepast. Naast tragiek is ook gevoel voor humor voelbaar. Opvallend is het gemak waarmee Hermsen zowel in de huid van vrouwelijke als mannelijke personages kruipt. De dialogen en monologues intérieurs zijn meesterlijk te noemen. Was Joke Hermsens pen hier misschien geraakt door het vonkje van moed, dat Virginia Woolf steeds leek te zoeken in haar favoriete moment van de dag: het tweeduister: ‘de zacht verglijdende overgang van licht naar donker, van het langzame wegsterven van de geluiden op straat’ (p. 402)? Op dit 467 bladzijden tellend feest om te lezen, volgt in 2004 publicatie van de satirische sleutelroman De profielschets. Met de kolderieke intriges rond de benoeming van een parttime hoogleraarspost aan de universiteit, heeft Joke Hermsen zich ongetwijfeld zelf vermaakt. En ons. Over haar schouders kijken wij mee naar de man Bernt die, geholpen door zijn ambitie en wat snuifjes coke, zich energiek voortbeweegt in dit verhaal. Toch is het in dit poppentheater de vrouw Ella die uiteindelijk, vanuit ‘eeuwige’ lusteloosheid, als enige iets van karakterontwikkeling lijkt door te maken. Een fundamentele keuze van deze auteur, lijkt ons.

En dan nu De liefde dus. Op 27 juli 1785 wordt Belle van Zuylen, geboren Isabella Agneta Elisabeth Tuyll van Serooskerken, voortgejaagd over hobbelige paden tussen de heuvels van de Bourgogne. Daar neemt zij een in donkerblauw leer gebonden schrift uit haar koffer. Heen en weer slingerend in een rammelende koets, krabbelt zij de eerste regels neer van wat een dagboek wordt.
‘Goed dan, een dagboek. Een reisjournaal. Een compagnon de route. Schrijven heeft me wel vaker geholpen mijn wanhoop te bezweren.’(p.51)
Er is al zoveel geschreven over Belle van Zuylen. Met De liefde dus heeft Hermsen hier een zeer interessant en leesbaar boek aan toegevoegd. Over een periode in het leven van Belle die voor historici en biografen tot nu toe in duistere nevelen blijft gehuld, licht een boeiend verhaal op, zoals dat zich in werkelijkheid kan hebben afgespeeld.

Isabella alias Belle, op de vlucht voor haar jonge minnaar, weg van het dodelijk saaie Zwitserse platteland en haar even saaie echtgenoot, lijdt aan een gebroken hart. In Parijs vindt zij onderdak bij de beroemde handoplegger Cagliostro. Terwijl buiten het hongerend volk op straat rumoert, vult Belle haar blauwe schrift met bespiegelingen en dilemma’s over hartstocht, verstand, liefde, de plicht, tijd en herinnering, de eigen wil tegenover die van een vader en haar verzet tegen een opgedrongen keurslijf van voorschriften. Zeer herkenbaar voor velen in onze tijd!

Kunstig weet Hermsen de geest en de stijl van Belle van Zuylen te treffen. Via brieven en dagboekfragmenten zien wij hoe het net bereikte wankele evenwicht in Belles gemoed in één klap wordt verstoord, als zij verneemt dat haar schuilplaats door haar jonge minnaar is achterhaald. Gejaagd en tegelijkertijd vol hoopvolle verwachting, na een nieuw flesje opium en het schrijven van enkele brieven, begint zij aan een tweede schrift. Met de ganzenveer als wapen in de hand, brandt dan de ware strijd pas los. In een stijl, de gevleugelde Van Zuylen-uitdrukking ‘ne keuvelez-pas’ waardig, beschrijft Joke Hermsen de keiharde innerlijke strijd tussen hoofd en hart van Belle. En hierin jaagt zij op niets minder dan de zin van het bestaan.

Het is Joke Hermsen die tussen de brieven en dagboekfragmenten door, de vertelling weeft van Charles Jean-Samuel d’Apples, de jonge man met wie Belle een gepassioneerde liefdesrelatie heeft onderhouden. Geloofwaardig verhaalt zij over het gebroken hart van deze radeloze jonge man, de duistere wegen van Cagliostro, de intriges van de kardinaal en de vele oplichters rond het hof van Versailles. Maar het meeste raakt zij ons in haar rijk verslag van de innerlijke strijd van deze gepassioneerde talentvolle schrijfster. Het is Belle van Zuylen die deze strijd overwint zonder verlies van hoofd of hart. En wij geloven haar.

Joke J. Hermsen gaat in haar materiaalkeuze terug in de tijd. Hiermee neemt zij stelling. Dat ‘geschiedenis’ nooit iets afgeslotens is, maar een levende bron die via allerlei onderstromen voortdurend doorwerkt naar alle tijden. Zoals de bron van Belle van Zuylen die naar een volwaardig en onafhankelijk bestaan als mens verlangde zonder afstand te doen van de liefde. Is hier iets nieuws onder de zon? De thema’s die aan de orde komen in De liefde dus, zijn net zo actueel als in 1785. Ook onze buitenwereld rommelt politiek en economisch behoorlijk, dreigt er crisis op velerlei terrein en worden tegenstellingen steeds meer op scherp gezet. En ook anno 2008 kan de strijd tussen hoofd en hart nog steeds hoog opvlammen!
Hermsen schreef recent een essay ‘Van wie is de tijd?’ Zou het antwoord zijn: van… De liefde dus? Lees en oordeel zelf. En laat u niet misleiden door bepaalde hedendaagse keuvelprogramma’s: Joke J. Hermsen schrijft geen vrouwenboeken, ook geen mannenboeken, maar mensenboeken! Over mensen en de liefde.
‘In de liefde komen twee elkaar vreemde werelden bij elkaar, die juist door hun verschillend zijn tot elkaar aangetrokken worden. Dat is de kracht en de schoonheid van de liefde.’ (p.324)

Wij wensen Joke Hermsen als winnaar van de Halewijnprijs nog heel veel tijd en haar hopelijk steeds groter publiek nog vele nieuwe werken van de hand van: Joke J. Hermsen!

Pascal Klaassen
Pon Kranen
Andrea Lion

PERSBERICHT: WINNAAR HALEWIJNPRIJS 2008: JOKE J. HERMSEN

Joke J. Hermsen is de winnaar van de Halewijn literatuurprijs 2008. Zij is door een vakkundige jury gekozen uit de genomineerden Arjen Lubach, Bert Natter, Gustaaf Peek en Ellen Wenkelbach. De Halewijnprijs, de literatuurpijs van de stad Roermond, wordt zaterdag 15 november tijdens een feestelijke bijeenkomt aan de prijswinnaar uitgereikt. Tijdens de uitreiking zal Joke Hermsen een lezing geven over haar boek 'De liefde dus'. Zij zal daarbij ook een film vertonen die door de cineast Jaap de Jonge over het boek en de hoofdpersoon erin, Belle van Zuylen, is gemaakt. De uitreiking begint om 15.00 uur en vindt plaats in de bibliotheek aan de Neerstraat in Roermond.

De Halewijnprijs, literatuurprijs van de stad Roermond, wordt jaarlijks uitgereikt aan een auteur die naar de mening van een deskundige jury op grond van de kwaliteit van haar/zijn verschenen werk, bredere belangstelling verdient. Winnaars uit het recente verleden zijn: Esther Gerritsen, Tommy Wieringa, Pam Emmerik, Adriaan Jaeggi, Arthur Japin, Esther Jansma, Stijn van der Loo en Otto de Kat.
De prijs bestaat uit een geldbedrag en een kleinplastiek in brons van de kunstenaar Dick van Wijk. De jury van de Halewijnprijs 2008 werd gevormd door Pascal Klaassen, freelance tekstschrijver, Pon Kranen, algemeen literatuurwetenschapper en Andrea Lion, algemeen literatuurwetenschapper en promovenda in de letteren.

Joke J. Hermsen (1961) is schrijfster en filosofe. In 1998 debuteerde zij bij de Arbeiderspers met Het dameoffer, gevolgd door de romans Tweeduister (2000) en De profielschets (2004). Haar essaybundel Heimwee naar de mens stond op de shortlist van het beste filosofische boek van 2003. Samen met Jaap de Jonge bereidt ze een nieuw interdisciplinair kunstproject voor, Time's Shadow geheten. Haar laatst gepubliceerde werk is de roman De liefde dus (2008). Deze speelt zich af in de zomer van 1785. De Nederlandse schrijfster Belle van Zuylen, internationaal bekend als madame de Charrière, reist dan in het geheim naar Parijs, op de vlucht voor een hopeloze liefde. Daar wordt het gemor van het hongerend volk over de decadente levensstijl van Louis XVI en zijn eega Marie-Antoinette steeds luidruchtiger. De koning probeert greep op zijn land te houden door zijn tegenstanders zonder vorm van proces in de Bastille te gooien. Belle zoekt haar heil bij de even befaamde als omstreden arts en alchemist Cagliostro. In deze roman beschrijft Hermsen op meesterlijke wijze ingekaderd in de toen gangbare stijl van de brievenroman de meest duistere periode in het leven van Belle. Aan de orde komt het eeuwige conflict tussen liefde en trouw, de vrijheid van denken en handelen, de moraal van het huwelijk, de verhouding tussen ziekte en gezondheid, verstand en gevoel. Hermsen weeft oorspronkelijke passages uit brieven en dagboeken en enkele citaten van Belle van Zuylen zelf knap door haar roman (met verantwoording achteraf). De historische personages en de kwesties waar zij zich in die tijd mee bezighielden komen door Hermsens verbeeldingskracht geloofwaardig tot leven. Op zo’n manier dat er veel herkenbaars te vinden is voor de moderne lezer. Zoals de vraag hoe evenwicht te vinden tussen hartstochtelijke overgave en zelfbehoud. Hoe de liefde het mooiste en beste in een mens aan het licht kan brengen, maar ook een vernietigende kracht in zich heeft als de hartstocht gaat overheersen. Hermsen schreef al eerder over Belle van Zuylen in 1990 Nu eens dwaas, dan weer wijs. Belle van Zuylen tussen Verlichting en Romantiek en in 1993 in Nomadisch narcisme. Zij heeft haar historische en filosofische kennis op kundige wijze in haar literair werk weten toe te passen zonder de lezer te vervelen met feitjes. In sterke, heldere zinnen dringt Hermsen onverbloemd, op van Zuylen-wijze ‘ne keuvelez pas’ door tot de kern.

De uitreiking van de Halewijnprijs aan Joke J. Hermsen vindt 15 november a.s. in de bibliotheek in Roermond. De organisatie is in handen van stichting ‘Roermond Literatuurstad’ o.l.v. Stadsdichter Hans van Bergen. Info: vbergen@home.nl. / 06-30323884 (www.literatuurstad.nl)

 


Joke Hermsen over vervelen on Vimeo door Joan.

Nominatie Halewijnprijs voor De liefde dus

De roman 'De liefde dus' is afgelopen week genomineerd voor de Halewijn literatuurprijs 2008. De Halewijnprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een auteur die naar de mening van een deskundige jury op grond van de kwaliteit van haar/zijn verschenen werk, een nog bredere belangstelling verdient. De prijs bestaat uit een geldbedrag en een kunstwerk. Eerdere winnaars waren Arthur Japin, Tommy Wieringa, Pam Emmerik, Adriaan Jaeggi en Esther Jansma.

Op vrijdag 8 februari gaf ik aan de Vrije Academie Den Haag een lezing over het werk van Rothko en Giacometti. Lees hier de tekst van de lezing.

Op zondag 15 februari 2009 leidde ik in de Veemvloer te Amsterdam ter afsluiting van de expositie Opposites attract een debat over het begrip 'dialektiek in de kunst'.

'Stand up Philosophers'

Vanaf 2 september doe ik op dinsdagavond mee aan het nieuwe tv-programma 'Stand up Philosophers' van Het Gesprek TV. Dit programma wordt regelmatig herhaald. Zie voor meer info over de uitzending de gids op www.hetgesprek.nl. Of kijk daar bij 'Programma gemist'.

Lezingen op Slot Zuylen: 25 mei en 21 juni

De afgelopen weken heb ik op Slot Zuylen diverse lezingen gehouden over mijn roman De liefde dus en het leven Belle van Zuylen.

Mede dankzij Ensemble Zélide, die menuetten en ariettes van Belle ten gehore gaf, en Anjo Roorda, de slotvoogd van Zuylen, werden het gedenkwaardige, druk bezochte avonden.

Na de zomer zullen we op diverse plaatsen in het land dit literair-muzikale programma herhalen, onder meer zondag 2 november op Slot Zuylen. Voor gegevens, zie de agenda.

 

   
Fragment uit de lezing op Slot Zuylen

Ruim 250 jaar geleden werd de Nederlandse schrijfster, musicus en filosofe Isabella Tuyll van Serooskerken, alias Belle van Zuylen hier geboren op Slot Zuylen. Dertig jaar lang woonde ze op dit fraaie slot, haar kamers lagen aan de noordzijde in de hoektoren, met uitzicht op de slotgracht en de fraaie slangenmuur. Haar vader had het middeleeuwse kasteel in 1751 grondig laten verbouwen en gaf het de vorm, die het tot op de dag van vandaag vrijwel ongewijzigd heeft behouden. Ook de tuinen liet hij opnieuw aanleggen. Door de demping van de zuidelijke gracht, waar de hoofdingang was komen te liggen, en die daar door het aanbrengen van talrijke nieuwe ramen een 18e eeuws aanzicht had gekregen, kreeg ook de tuin meer betekenis. De tuin kreeg, zoals de mode was in die tijd, een Frans aanzien, met in sierlijk geometrische vormen aangelegde bloemperken, vijvers met fonteinen en beelden en vazen quasi nonchalant verspreid over de tuin. Het meest bijzondere nieuwe element in de tuin was echter de zogeheten slangenmuur, een in regelmatig slingerende vorm opgetrokken bouwsel, dat het voordeel had dat in de tegen de wind beschutte inhammen zuidelijke fruitsoorten als perzikken, abrikozen en vijgen gekweekt konden worden. Op die muur keek Belle dus uit, als zij in haar kamers zat te lezen of te schrijven.
Tot haar dertigste woonde Belle op Slot Zuylen, en de laatste tien jaar daarvan besteedde zij, naast studeren en musiceren, aan het vinden van een geschikte huwelijkspartner. Velen passeerden de revue, maar de meeste kandidaten deinsden terug voor haar scherpzinnige geest en onafhankelijke manier van optreden. Zo ook de Schotse filosoof James Boswell, die welliswaar heel gecharmeerd was van Belle, en bovendien erg onder de indruk was van haar intelligentie en sprankelende geest, maar toch ook duidelijk te kennen gaf dat hij van zijn echtgenote verwachtte dat zij zich onderwierp aan haar man. Dat viel bij haar niet bepaald in goede aarde, en Belle schreef hem terug: Je hebt gelijk dat ik er niet voor zou deugen je vrouw te worden. Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid.’
Die zin zou ruim tweehonderd jaar de titel worden van de briefwisseling die begin jaren tachtig door van Oorschot werd gepubliceerd en Belle ook bij een groter Nederlands publiek bekend maakte. De meeste brieven in die uitgave zijn aan de libertijnse kapitein Constant d’Hermenches gericht, de eerste grote liefde van Belle, die ze in werkelijkheid echter maar een paar keer heeft ontmoet. Toch bleef ze bijna twintig jaar lang brieven met hem schrijven, en deze behoren naar mijn idee tot de mooiste die de 18e eeuwse literatuur heeft voortgebracht. Uiteindelijk zou Belle niet hem, maar de Zwitserse huisleraar van haar broers trouwen, Charles de Charriere, met wie ze in 1771 naar Zwitserland vertrok. Het was het begin van een, op zijn zachtst uitgedrukt, niet bijster geslaagd huwelijk. Ver weg van de wereld en de beau monde, die zij op feesten in Utrecht en Den Haag met haar vrijmoedige optreden keer op keer versteld had doen staan, kwijnde de even talent als temparementvolle Belle van Zuylen weg in een klein dorp aan het meer van Neuchatel, schreef ze nauwelijks meer en leed ze aan vele kwalen, die haar van het ene kuuroord na het andere lieten reizen. Zonder veel resultaat, overigens. Begin jaren tachtig ontmoette ze dan die mysterieuze man, voor wie zij, voor de 2e keer in haar leven, een grote liefde opvatte. Toen deze liefde echter door de sociale dwang van de omgeving onmogelijk bleek, belandde Belle in de diepste crisis van haar leven, de zomer van 1785 die centraal staat in mijn roman De liefde dus. Zij is dan 44 jaar oud, en we kunnen gerust zeggen: het spoor helemaal bijster.

Voor meer info: zie ook www.slotzuylen.nl

MHT9

Zondag 20 april 16.00 uur was de opening van de eerste voorjaarsalon van MHT9, een nieuw podium voor woord, beeld en muziek in Amsterdam. Lees verder.

Martin van Amerongen publieksprijs

Zaterdag 27 oktober werd tijdens de 'Avond van de Groene Amsterdammer' in de stadschouwburg in Amsterdam de Martin van Amerongen publieksprijs 2007 toegekend aan het elektronische essay dat ik samen met beeldend kunstenaar Jaap de Jonge heb gemaakt. Het thema van de prijsvraag en de jubileumavond van de Groene was: Elke mening telt. Telt elke mening?

Onze inzending is een eerbetoon aan de politieke filosofe Hannah Arendt. Democratie bestaat volgens Arendt alleen bij gratie van verschil, van conflicterende meningen en overtuigingen. Alleen deze kunnen de pluraliteit, waarop de democratie gegrondvest is, waarborgen.

Die verschillen lijken in deze tijden niet erg gewaardeerd te worden. De tegenstellingen tussen de politieke partijen verdwijnen, waardoor de burgers zich meer gaan afkeren van de politiek. De debatten worden eenzijdiger, de economie en het file-probleem lijken nog de enige zorgen van politici te zijn. Zij die een sterk afwijkende visie of conflicterende mening hebben, worden minder gehoord.

Als de democratie vanwege toenemende politieke onverschilligheid en de afkalving van een pluraliteit van meningen bedreigd wordt, zo laat ons filmpje zien, ontstaat er wat Arendt 'wereldloosheid' noemt, dat wil zeggen de verdwijning van een gemeenschappelijke wereld. Dan, zo leert de geschiedenis, is het vaak alleen nog een kwestie van wachten op de rattenvanger die de burgers verleidt zichzelf in een politieke afgrond te storten....

Klik op de pijl op onderstaand schermpje om het filmpje te bekijken.

Zojuist verschenen:
Essay: 'To tell a story is to lose it. Over het werk van Edmond Jabès', in De Revisor, sept.2007.
Essay: Over de vrijheid van het geweten', in De Gids, speciaal Montaignenummer, augustus 2007.

Lezing ISVW.
In september hield ik een lezing op het ISVW, over de vraag of computers ooit echt zullen kunnen denken. Zie www.isvw.nl

Nieuwe bundel met o.a. tekst van Joke

Zojuist is bij uitgeverij Spectrum de essaybundel: Van Kwaad tot Erger. Het kwaad in de filosofie verschenen, onder redactie van Kinniging & Wiche, en met bijdragen van o.a. Paul Cliteur, Pauline Kleingeld, Gerard Visser en Timo Slootweg. Ik schreef een essay over Hannah Arendt, getiteld: Niet denken als het kwaad.

Wagners Wesendonklieder
Vorige maand werkte ik mee aan de NPS documentaire over de Wesendonklieder van Wagner, die de opmaat van zijn opera Tristan & Isolde vormen. Klik op de betreffende link of op de pijl op onderstaande schermen om ze te bekijken.

www.youtube.com/filmpje1

www.youtube.com/filmpje2

 

Bijeenkomst IAPH
Eind mei kwam het bestuur van de IAPH, de internationale vereniging voor vrouwelijke filosofen, bijeen in Hotel de Filosoof in Amsterdam. Deze vereniging bestaat ruim twintig jaar en heeft wereldwijd zo'n 400 leden. De IAPH organiseert onder meer elke twee jaar een groot, internationaal congres. De laatste keer in 2006 in Rome. Het bestuur dat uit zeven leden bestaat (zie foto) komt jaarlijks bijeen. Belangrijkste agendapunten dit keer waren de website en newsletter van de IAPH, het congres volgend jaar in Seoul, Korea, dat tegelijkertijd plaats zal vinden met het World Congress of Philosophy en de toekomst van de IAPH, zowel in financieel als in organisatorisch en ideologisch opzicht. De IAPH wil onder meer de contacten met andere nationale verenigingen, zoals de WISP in Engeland, uitbreiden. Voor meer informatie over de IAPH, zie de website www.iaph-philo.org. De IAPH is voor het congres in Korea nog op zoek naar sponsors of subsidiegevers. Alle ideeen zijn welkom!

Van links naar rechts: Prof. dr.Veronika Vasterling (Nijmegen), Dr.Joke J.Hermsen (Amsterdam), Dr.Bettina Schmitz (Wurzburg), Prof dr. Maria Isabel Pena Aguado (Spain), Prof. dr Ana Maria Bach (Argentinie), Prof. dr. Soran Reader (UK) and Dr. Sonia Kruks (USA).

Zojuist verschenen
In de nieuwe Tirade staat mijn lezing 'Bellenblazen. Over 'Tijd en waarheid in: Van de koele meren des doods van Frederik van Eeden' afgedrukt. Zie ook: lezingen & voordrachten.

Lezingen en voordrachten
Vorige week hield ik in Perdu de lezing: 'To tell a story is to lose it' , over het werk van de Egyptisch-Joodse schrijver Edmond Jabès, dat in Nederland helaas zo goed als onbekend is. Zie: lezingen & voordrachten.

Eind oktober hield ik twee lezingen over de tijd & de tijdgeest bij het ISVW in Leusden en bij de Balie in Amsterdam. Lees de tekst in de rubriek: Lezingen, essays & andere verhalen.

Op 28 en 30 oktober hield ik een lezing over de tijd, de tijdgeest en een mogelijk andere tijdservaring op het lustrum van de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden en voor de SLAA in de Balie, te Amsterdam. Met behulp van het gedachtengoed van Henri Bergson, probeer ik in het werk van schrijvers en dichters als Ingeborg Bachmann, Virgina Woolf en Henk van der Waal een andere tijdsdimensie op het spoor te komen dan de reguliere `kloktijd’, die de afgelopen eeuw steeds sterker door economische prinicpes voortgedreven wordt. Lees de hele tekst bij Lezingen, essays & andere verhalen.

(foto: SLAA)

 


Op 12 oktober werd in de Balie in Amsterdam het fraai vormgegeven boek over Tramlijn 7 gepresenteerd. Aan dit project deden verschillende schrijvers, dichters en theatermakers mee, die ergens langs het traject van tramlijn 7 in Amsterdam wonen. Ik schreef een verhaal voor jongeren, getiteld Amor Vincit Omnia, dat te lezen valt in Lezingen, essays & andere verhalen.

Op 6 oktober werd er in Perdu te Amsterdam een avond over schrijversgeluk belegd. Ik probeerde in mijn bijdrage verklaringen te vinden voor het al dan niet schrijnende ontbreken van schrijversgeluk en tevens iets te zeggen over de onmogelijkheid `gelukkige’ boeken te schrijven. Lees de hele voordracht bij Lezingen, essays & andere verhalen.

Op 26 en 27 september interviewde ik in Den Haag en Amsterdam de Franse toneel- en romanschrijfster Veronique Olmi, naar aanleiding van de vertaling van haar nieuwste roman: De regen verandert niets aan het verlangen. Lees mijn recensie van deze opmerkelijk openhartige erotische novelle bij Lezingen, essays & andere verhalen.

In september verscheen de pocketeditie van de Duitse vertaling van mijn historische roman Tweeduister, Die Gärten von Bloomsbury geheten. Zie voor de reacties van de Duitse pers de rubriek Recensies.

Op 3 september hield ik in Rome op het tweejaarlijkse, internationale congres van vrouwelijke filosofen een lezing over Time, Art & Eros. Tijdens de ledenvergadering werd ik tevens in het bestuur van de IAPH gekozen. De volledige, Engelse tekst van mijn lezing staat in de rubriek Lezingen, essays & andere verhalen.


In augustus werd in het Metro-station Waterlooplein het kunstwerk van Baukje Spaltro – www.spaltro.nl - onthuld. Mijn bijdrage aan de feestelijkheden betrof een vergelijking van de bouwputten die zowel Spaltro als honderd jaar eerder Georg Breitner van de stad Amsterdam schilderden. Zie voor de tekst over het werk van Baukje Spaltro: Lezingen, essays & andere verhalen.
 

(foto: Baukje Spaltro)

In juni ging tijdens het Oerolfestival op Terschelling de tweede voorstelling van de theaterreeks Orakels van regisseur Lidy Six in premiere. Ook voor deze voorstelling schreef ik een korte monoloog, die opgenomen is in de rubriek Lezingen, essays & andere verhalen.