Een
slipje van Kant
Opening
Vrij van geest, dinsdag 18 maart, SLAA, de Balie.
Door
Joke J. Hermsen
Als
vrouwelijke denker moet je met de billen bloot. Je moet in interviews
vertellen hoe je je prive-leven combineert met je schrijven, je
moet uitweiden over je partners, over je gevoelens, over je lusten
en hartstochten. Je wil over je werk vertellen, maar de interesse
geldt vaak vooral de vrouw - en je liefdesleven - achter je werk.
Dit overkomt vrouwelijke denkers in het algemeen, en het overkwam
Simone de Beauvoir in het bijzonder. Dit jaar viert men wereldwijd
de 100e geboortedag van Frankrijks beroemdste filosofe, maar in
haar geboorteland werd zij vorige maand letterlijk met de billen
bloot op de voorkant van het weekblad Le nouvel observateur |
|
| |
|
gezet,
met als prikkelende ondertitel La scandaleuse. Dat dit echter eerder een
passende beschrijving voor de redactie van het tijdschrift zelf dan voor
de de Beauvoir, bleek wel uit het omslagartikel. Hierin wordt namelijk
nauwelijks ingegaan op haar werk, haar pak em beet twintig filosofische
boeken en romans, maar vooral op haar prive- en liefdesleven. Het artikel
zet de Beauvoir neer als een genadeloze verleidster, als een alcoholiste
en als een grillige, wispelturige minnares, maar rept met geen woord over
het belang van het omvangrijke oeuvre wat zij heeft nagelaten. De foto
van Simone, bloot voor de spiegel staand, focust op de –overigens
heel fraaie - billen, en werd ooit gemaakt bij haar geliefde Nelson Algren
thuis, door een fotograaf, die er pas vijftig jaar later mee op de proppen
kwam. Want de Beauvoir had de publicatie van deze intieme privé
foto uiteraard verboden. De foto baarde nogal wat opzien in Frankrijk,
een groep vrouwen demonstreerde voor het gebouw van de Nouvel Observateur
en eiste simpelweg dan ook maar eens de blote billen te zien van de hoofdredacteur,
van Sartre (ah!), en van andere filosofen als Foucault (mmm), Derrida,
Deleuze, enfin, zonder enig resultaat uiteraard.
In Nederland uitte Margot Dijkgraaf in de NRC haar ongenoegen over zowel
het foto-beleid van het weekblad als het redactionele beleid, dat een
wereldberoemde schrijfster en filosofe op haar 100e geboortedag, ik citeer
‘louter nog beoordeelt op uiterlijk, levensstijl, mediageilheid
en sexuele aantrekkingskracht.’ Toen dezelfde Margot Dijkgraaf een
maand later een doorwrocht en serieus stuk aan het gedachtengoed van Simone
de Beauvoir in dezelfde krant publiceerde, vond de redactie van het NRC
het wel een goede grap uitgerekend die foto, waarop zij zelf nog geen
weken ervoor forse kritiek had geleverd, en zonder haar daar verder over
in te lichten, paginagroot bij haar stuk af te drukken. Dijkgraaf vertelde
mij dat ze ‘razend was’ over deze gang van zaken. Toen ze
bij de redactie haar beklag erover deed, werd haar gezegd dat men hoopte
op polemische reacties van jonge schrijfsters over zo’n stuk van
de ‘oudere generatie’. Daar kon Dijkgraaf, overigens pas 46
lentes jong, het mee doen. Die polemische reacties zijn overigens uitgebleven.
Met
de billen bloot, dus. Niet alleen letterlijk, zoals in het geval van de
foto van Simone de Beauvoir, maar ook figuurlijk lijkt dat het lot van
vrouwelijke denkers te zijn, waarover straks nog meer. Maar nu eerst iets
over deze avond, die het gedachtengoed en de stijl van filosoferen van
Belle van Zuylen en Simone de Beauvoir met elkaar in verband wil brengen.
Wat verbindt Belle van Zuylen en Simone de Beauvoir, behalve dat zij beiden
in het Frans schrijvende auteurs waren, die zowel literaire, als politieke
en filosofische teksten publiceerden, en afgezien van het feit dat zij
de twee hoofdpersonages uit mijn twee laatste boeken vormen? Veel, en
toch is daar tot op de dag van vandaag maar heel weinig aandacht voor
geweest. Ik heb, na veel speurwerk uiteindelijk slechts drie essays gevonden,
waarin de schrijfsters met elkaars werk worden geconfronteerd. De Franse
Belle van Zuylen kenner Isabelle Vissiere beklaagt zich in een essay over
de Beauvoir, die in de Tweede sekse het huwelijk van Belle met Charles
de Charriere veel te somber en te zwart zou hebben afgeschilderd –
maar ik vrees dat ik de Beauvoir op dit punt alleen maar gelijk moet geven.
Vervolgens is er nog een tekst van een canadese onderzoekster, Teresa
Myintoo, die in een essay de roman Mistress Henley van Belle van Zuylen
- over een ongelukkig huwelijk - met de roman Gebroken vrouw van de Beauvoir
– idem dito – vergelijkt. Ten slotte is er nog de Franse historica
Mona Ozouf die in Les mots de femmes tien fraaie portretten van de in
haar ogen belangrijkste franstalige schrijfsters van de afgelopen 200
jaar geeft, waaronder zich zowel Belle van Zuylen als Simone de Beauvoir
bevinden, maar die verder ook geen onderlinge verbanden tussen hen legt.
Dat is alles. Een nogal schrale oogst, en waarom zou dat zijn?
Want de overeenkomsten tussen deze 18e en 20e eeuwse schrijfster zijn
toch opmerkelijk. Ze delen niet alleen hun interdisciplinariteit, hun
laten we zeggen: intellektuele duizendpotigheid, omdat ze werkelijk alle
denkbare literaire en filosofische genres beoefend hebben, essays, romans,
toneelstukken, brieven, politieke pamfletten, spotschriften en krantenartikelen,
maar ze delen ook hun scherpzinnige en kritische blik op de maatschappij.
Daarnaast delen ze een interesse in bepaalde filosofische thema’s,
zoals bijvoorbeeld de mogelijkheden of onmogelijkheden van vrijheid en
gelijkheid, de waarde en het belang van emoties voor het denken, de kritiek
op universele, algemene filosofische theorien en de problemen rondom la
condition feminine. Bovendien worden ze met elkaar verbonden door dat
ene zinnetje uit De tweede sekse, je wordt niet als vrouw geboren, je
wordt tot vrouw gemaakt, die de Beauvoir wereldfaam zou bezorgen. Hiermee
bedoelde de Beauvoir dat vrouwen hun ondergeschikte positie in de samenleving
niet zoeer aan hun zwakke lichaam, aangeboren karakter of gebrekkige talenten
te wijten hadden, maar aan een samenleving die vrouwelijkheid altijd als
inferieur aan mannelijkheid gedacht heeft. In al zijn beknoptheid legde
dat ene zinnetje de vinger op een eeuwenoud patroon.
Wat weinigen weten is dat ruim 150 jaar voor De tweede sekse Belle van
Zuylen in de roman Drie vrouwen precies hetzelfde heeft beweerd. Als een
van de eerste vrouwelijke schrijvers verwierp zij elk aangeboren verschil
in karakter en talenten en weet zij de verschillen tussen de seksen aan
een ongelijkheid in opvoeding, studie, en maatschappelijke vrijheid. In
de roman Drie vrouwen laat ze haar hoofdpersoon Constance, een nuchtere
en wijze vrouw met een donkere huidskleur want van creoolse afkomst -
hetgeen overigens ook al als een unicum in de 18e eeuwse literatuur beschouwd
moet worden – een voor haar tijd revolutionair sociaal experiment
uitvoeren. Constance heeft de zorg over een moederloze tweeling - een
jongen en een meisje - gekregen en ze besluit deze bij een min onder te
brengen, die ze twee maal zoveel geld zal betalen als deze de jongen die
bij de doop de naam Charles heeft ontvangen Charlotte zal noemen en als
een meisje op zal voeden en vice versa met zijn zusje. En Belle van Zuylen
schrijft, niet zonder ironie: ‘We zullen zien of de echte Charlotte
zal breien, of ze zacht en lief zal zijn, koket en aanhalig, en of de
echte Charles de schaaf en het houweeel ter hand zal nemen, of hij vrijmoedig,
dapper, ruw en vechtlustig zal zijn. Ik denk dat ze de leeftijd van twaalf
of veertien jaar zullen kunnen bereiken zonder iets te vermoeden. Als
de jongen dan de geestesgesteldheid en de aard en het karakter van een
meisje heeft, en het meisje de aard en het karakter van een jonge, zal
ik daar bekendheid aan geven en hopen dat er daarna minder domme onzin
beweerd zal worden over het verschil in geaardheid en in kenmerkende eigenschappen
van beide geslachten.’
Van Zuylen wilde met deze fictieve babywisseling aantonen dat gedrag grotendeels
is aangeleerd en dat beide kinderen in principe tot hetzelfde in staat
zijn en niet op grond van hun anatomische verschil bepaalde vermogens
wel of niet in huis hebben. Voor een 21 eeuws publiek is dat welicht niet
meer zo’n opzienbarende gedachte, maar in haar tijd, eind 18e eeuw,
toen meisjes en vrouwen louter op grond van hun lichaam van tal van zaken:
onderwijs, politiek, maatschappelijke posities werden uitgesloten, was
dit wel revolutionair te noemen. En dat was blijkbaar nog steeds het geval
toen Simone de Beauvoir anderhalve eeuw later haar Tweede sekse publiceerde,
waarin ze tot soortgelijke conclusies kwam, en dat haar op een absoluut
verkooprecord van alle filosofische boeken ooit kwam te staan: grove schatting
van de uitgever: 5 miljoen exemplaren wereldwijd.
Waarom, ondanks al deze overeenkomsten, bestaan er dan toch nauwelijks
studies over van Zuylen en de Beauvoir? Waarom worden er uberhaupt zo
weinig verbanden gelegd tussen het werk van vrouwelijke denkers, waarom
worden ze zo zelden in een filosofische traditie met mannelijke denkers
geplaatst, waarom wordt er korom rond hun werk zo weinig geschiedenis
geschreven? En dit geldt overigens niet alleen voor vrouwelijke denkers,
maar tot op zekere hoogte ook voor vrouwelijke schrijvers. Vrouwelijke
auteurs worden blijkbaar nog altijd als een uitzondering op de regel,
als een geval apart, als eenzame voor zich uit roependen in de woestijn
beschouwd. Of ze worden in een eigen hoofdstukje onder de kop vrouwelijke
schrijvers in een literaire geschiedenis geduwd, waar het uiteraard nogal
dringen is, omdat iedereen met overeenkomstig lichaam, van Anna Blaman
tot aan Margiet de Moor, daarbinnen moet worden gepropt, of ze worden
als de twee excuustruzen par excellence van de westerse filosofie, Simone
de Beauvoir en Hannah Arendt, in een Filosofisch lexicon temidden van
ruim 200 mannelijke collega’s geplaatst, waaronder overigens veel
namen - een Pierre François Maine de Biran, Nicolai Hartman of
Etienne Bonnot de Condillac – die, bij mij althans, werkelijk geen
enkel filosofisch belletje lieten rinkelen. Maar goed,wat ik wil zeggen
is dit:
Terwijl het werk van mannelijke denkers al eeuwenlang eindeloos met elkaar
in verband wordt gebracht, staat het werk van de meeste vrouwelijke denkers
eenzaam op de boekenplank. Google een willekeurige filosoof, bijvoorbeeld
Kant, en er verschijnen onmiddellijk honderden hits naar schitterende
internationale congressen en vuistdikke studies over Kant en ….,
nou vult u maar in: Kant en Schopenhauer, Kant en Nietzsche, Kant en Rousseau,
Kant en de wiskunde, Kant en Leibniz, Kant en Aristoteles en de multiculturele
samenleving (???), Kant en de metaysica, Kant en Plato, Kant en Lessing,
Kant and his English critics, Kant en Hume, From Descartes to Kant, Kant
en Habermas, Kant en Spinoza, Kant en… nou ja, ik houd maar op.
Het zal u wel duidelijk zijn. Google nu ook eens Belle van Zuylen en je
krijgt hoofdzakelijk verwijzingen naar Belle van Zuylen zelf. Google Simone
de Beauvoir en er gebeurt precies hetzelfde. Ja, we vinden een enkele
keer de naam van Jean-Paul Sartre, maar dan als haar levenspartner. De
enige verwijzing naar Simone de Beauvoir en iemand anders die ik na twintig
pagina’s googlen vond was deze: Simone de Beauvoir en… Belle
van Zuylen, in de Balie, dinsdag 18 maart. Aanvang 20.00 uur. U weet wel.
Als je al die internetpagina’s aan je voorbij ziet trekken, overvalt
je een gevoel van plaatsvervangende eenzaamheid. Het zijn veel hits, daar
niet van, maar vrijwel altijd staat ze daar in haar dooie eentje, die
dappere Simone, geisoleerd van elke filosofische context, altijd wordt
ze alleen op zichzelf aangesproken, altijd moet ze zich in haar eentje
verdedigen en het nog weer eens uitleggen, en het nog weer eens uit de
doeken doen, al dan niet op een filmpje op youtube verbluft aangestaard
door een ernstig in verlegenheid gebrachte interviewer. Meestal wordt
ze ook alleen in een feministische context geplaatst, terwijl ze zoveel
meer heeft geschreven, over de ouderdom bijvoorbeeld, een studie, die
actueler dan ooit is, en in filosofische rijkdom door geen ander geevenaard,
maar die nauwelijks enige aandacht heeft gekregen.
Eenzaam in de receptie van haar werk, en daarom naakt en onbeschermd,
want niet omringd door collega’s, niet opgenomen in een geschiedenis.
En niet alleen op internet. Ook daarbuiten. In twee studies over het existentialisme,
een franse en een rotterdamse, trof ik geen enkel stuk over de Beauvoir
aan. Zelfs losgezongen van de filosofische stroming die ze mede zelf heeft
geschapen. Geval apart. Eenzaam en dus naakt, want niet omarmd door een
traditie. Met de billen bloot. En in geen velden of wegen een collega
filosoof te bekennen die haar ook maar een vijgenblad aanreikt. In tegendeel.
Met d’r blote kont in de krant. En hoe fraai die billen ook zijn,
ze benadrukken slechts de eenzaamheid en kwetsbaarheid van een buitenstaander.
Vanavond, dames en heren, stel ik voor dat we haar weer aankleden en minimaal
in een slip van Kant hijsen. Dit is trouwens tevens mijn afscheidsavond
van de SLAA, waar ik zeven jaar lang de filosofieprogramma’s mocht
verzorgen, en ik kan me geen passender afscheid voorstellen dan die van
een ontmoeting, dan die van een dialoog tussen twee vrouwelijke denkers,
die althans voor de duur van deze avond, even uit hun eenzaamheid getild
worden.
|