Moeten vrouwen het meer over de liefde hebben?

Door Marli Huijer

In de roman De liefde dus neemt Joke Hermsen de lezer mee op de zoektocht van Belle van Zuylen naar wie of wat zij is in de liefde. We worden deelgenoot gemaakt van haar angsten en onzekerheden, slapeloosheid en lichamelijke inzinkingen die het gevolg zijn van een ongelukkige liefde. Het boek speelt zich af aan de vooravond van de Franse Revolutie, maar we leren in het boek meer over de liefde dan over de revolutie. Wat maakt dat een vrouw als Van Zuylen, schrijfster, componist, filosoof, en niet onbemiddeld, zich zo druk maakt om de liefde? En, wat brengt een hedendaags feministisch filosoof, die in een welvarend land leeft, ertoe om zo uitgebreid over de liefde te schrijven?

‘In rijk land meer verschillen tussen mannen en vrouwen’, stond er begin januari in de krant. Ik zocht het wetenschappelijke artikel waar dit in stond op en las dat aan zo’n 18.000 mannen en vrouwen in 55 landen gevraagd was naar hun karaktereigenschappen. Wat blijkt? Hoe rijker een land, en hoe meer gelijk de kansen voor mannen en vrouwen, hoe groter de karakterverschillen. Vrouwen zijn neurotischer - dat wil zeggen emotioneel minder stabiel en minder goed bestand tegen stress -, ze zijn vriendelijker, extroverter en nauwkeuriger dan mannen. De sekseverschillen worden groter als je beweegt van niet-westerse naar westerse landen. De verschillen zijn het grootst in Frankrijk, het land van Simone de Beauvoir. Op de tweede plaats staat Nederland, het vaderland van Belle van Zuylen. Dankzij onze rijkdom, gezondheid en de gelijke kansen die mannen en vrouwen in Frankrijk en Nederland hebben, zijn de karakterverschillen tussen mannen en vrouwen groter.

De verklaring voor het toenemen van de kloof ligt volgens de onderzoekers (David Schmitt en anderen) in de interactie tussen DNA en omgeving. Aangeboren verschillen worden door de omgeving geactiveerd of geremd: hoe rijker, gezonder en meer egalitair de omgeving, hoe sterker met name mannelijke eigenschappen tot expressie komen. Daarom zijn de lengteverschillen tussen man en vrouw in rijke landen groter dan in arme. Hun conclusie luidt: hoe meer mannen en vrouwen gelijke kansen hebben, des te meer gaan aangeboren factoren ertoe doen.

Hoe kan het dat mannen ‘mannelijker’ worden en vrouwen niet minder vrouwelijk in landen waarin beide geslachten welvaart, gezondheid en gelijke kansen genieten? Waarom blijven vrouwen emotioneel minder stabiel dan mannen, vriendelijker, extroverter en perfectionistischer? Waarom blijven we onze angsten, emoties, hartstochten en onzekerheden etaleren, en spreken we over niets anders zo graag als over de liefde? Is dat aangeboren? Of doen we dat omdat we ons op andere gebieden geen echte zorgen meer hoeven te maken?

De emotionele instabiliteit die Hermsen Van Zuylen toedicht, sluit aan bij dit beeld. Van Zuylen was niet onbemiddeld en leefde in een milieu waarin ze haar talenten ten volle kon uitbuiten. En toch getuigen de gefingeerde brieven van grote emotionele labiliteit, vertwijfeling, en een extrovert verlangen om haar liefdesgeluk en -ongeluk van de daken te schreeuwen. Ik citeer:

“Ik word op de golven van mijn gevoelens heen en weer gezwiept als een stuurloze, op zee zwalkende reddingssloep. Ik, die het gezonde verstand altijd zo hoog in het vaandel heb gedragen kan nergens meer toe besluiten, geen enkele verstandige beslissing meer nemen. Blijven of weggaan, doorgaan of ophouden, wel schrijven of niet schrijven. Ondertussen zak ik steeds dieper weg, blijf ik maar vallen, nog lager, nog verder, en het einde is nog niet in zicht.” (p. 59).

Herkenbaar, niet?

Voor De Beauvoir was het ondenkbaar dat emotionele instabiliteit, extroversie of perfectionisme ook maar iets te maken hebben met de vrouwelijke biologie. Zelfs niet met interacties tussen DNA en omgeving. Het beeld van de vrouw wordt naar haar mening niet door enig biologisch noodlot bepaald (DTS, deel 2, p. 11). De verschillen tussen man en vrouw ontstaan wanneer vrouwen geslachtsrijp worden, dat wil zeggen wanneer haar psychisch leven en haar fysiologie niet meer bij elkaar passen. Ik citeer:

Voor de jongen is zijn erotische drang een bevestiging van de trots die hij uit zijn lichaam puurt; hij ontdekt daarin de uiting van zijn transcendentie en macht. Het kan het meisje lukken haar begeerten te aanvaarden, maar meestal blijven die hun schandelijk karakter behouden. Haar lichaam als geheel is een bron van verwarring. (DTS, deel 2, p. 74). Ze heeft geheimen, vurige brieven en dagboeken nodig om haar verwarring de baas te worden. En natuurlijk vriendinnen om haar hart bij uit te storten. Belle van Zuylens gefingeerde brieven passen in het psychologische plaatje dat De Beauvoir schetst.

De Beauvoir ontbreekt het niet aan kordate uitspraken als het gaat over hoe vrouwen met deze verwarring om zouden moeten gaan. De tekortkoming kan makkelijk worden opgeheven, schrijft ze, als het de vrouw mogelijk zou zijn zich op een andere manier in haar lichaam te doen gelden:

‘Laat haar zwemmen, bergtoppen beklimmen, een vliegtuig besturen, tegen de elementen vechten, risico’s nemen, en op avontuur uitgaan en er is geen sprake meer van die bedeesdheid tegenover de wereld.’ (p. 75).

Juist ja, dames, niks geen hoge hakken, korte rokken, en flirts met leuke mannen, gewoon in je eentje de hort op en tegen de elementen vechten. En dat natuurlijk ook in de liefde: niet zoals Van Zuylen in de opperste staat van verwarring zijn door een ongelukkige liefde, maar bij jezelf blijven, je op je eigen doelen richten en je niet volledig uitleveren aan de liefde (p. 454).

Niet alle psychologen onderschrijven de stelling dat mannen en vrouwen in belangrijke opzichten van elkaar verschillen. Janet Shibley Hyde publiceerde 3 jaar geleden een grote overzichtsstudie van vrijwel alle metastudies die sinds 1977 zijn verricht naar genderverschillen. Haar conclusie luidt dat mannen en vrouwen juist op vrijwel alle psychologische variabelen overeenkomen. We moeten niet naar de verschillen, maar naar de overeenkomsten kijken, meent ze daarom. Bij ruim driekwart van de onderzochte eigenschappen is het verschil klein of nul. Mannen en vrouwen lijken sterk op elkaar als het gaat om verbale en rekenkundige capaciteiten, ruimtelijk inzicht, inschatting van eigen succes, extro- of introversie en vermogens om voor anderen te zorgen. Het is onzin om te denken dat mannen van Mars komen en vrouwen van Venus. Toch neemt ook Hyde een klein aantal verschillen waar: mannen zijn fysiek agressiever, masturberen meer, doen makkelijker over een one-night stand, zijn assertiever, glimlachen minder, zijn minder vriendelijk en gooien verder met een bal. Daar merkt Hyde echter onmiddellijk over op dat de mate waarin deze verschillen zich voordoen afhankelijk is van de sociale context: mannen en vrouwen worden meer hetzelfde als ze denken dat de omgeving hun geslacht niet kent. Kennelijk zijn zowel mannen als vrouwen geneigd zich aan te passen aan de verwachtingen die zij denken dat de omgeving van een man of vrouw heeft.

Hoe zit dat met de door Schmitt en in feite ook door Hyde geconstateerde karakterverschillen? Schrijven hedendaagse vrouwen zoveel over de liefde omdat ze denken dat dat van hen verwacht wordt? Geven ze zich meer aan emoties over, zijn ze minder assertief en meer geneigd tot vriendelijkheid en willen ze graag alles nauwkeurig en goed doen omdat ze menen dat de ander (zowel vrouwen als mannen) dat van hen verwacht?

De Beauvoir is vaak verweten dat ze de emancipatie van de vrouw teveel opvat als dat vrouwen hetzelfde als mannen zouden moeten zijn. Er zou te weinig ruimte overblijven voor verschil, voor waardering van het specifiek vrouwelijke, voor datgene dat in de loop van de geschiedenis onuitgesproken en ondergewaardeerd is gebleven. Je zou uit dit verwijt kunnen concluderen dat de tijd De Beuavoir ongelijk heeft gegeven: de grotere sociale gelijkheid heeft er niet toe geleid dat vrouwen zich mannelijk zijn gaan gedragen. Kennelijk houden ze zich met graagte aan bepaalde vrouwelijke ‘zwaktes’ vast.

Ik zou echter een andere conclusie willen trekken, namelijk dat feministen op een aantal fronten een zege hebben behaald: er zijn aanzienlijk meer kansen voor vrouwen op opleiding, werk, carrière, economische zelfstandigheid, gezondheid, seksuele en reproductieve vrijheid en politieke participatie dan 50 jaar geleden. Dat betekent echter nog niet dat we de vrijheid die deze gelijkheid biedt ook meteen kunnen omzetten in een diversiteit aan identiteiten of subject-vormen. Juist de grotere onzekerheid die de vrijheid van gelijke kansen biedt – hoe moeten we ons gedragen als we opeens zelf aan het hoofd van een bedrijf, een land, televisiestation of een universiteit staan? Wie of wat zijn we in relaties waarin we de gelijke of superieur van mannen zijn? -, maakt De Beauvoirs opvatting dat we ons moeten losmaken van het oog van de ander (de eerste sekse – maar ook het oog van andere vrouwen) actueel. Vrouwen hebben veel bereikt, maar we kunnen een nog veel grotere vrijheid nemen wanneer we ons ik los van het oog van de ander vorm weten te geven. Dat betekent niet dat we alle emoties, liefde, onzekerheden etc overboord moeten zetten, maar wel dat deze niet alles overheersend zijn.