Droomdossier


'Orakels'; de droom van Lidy Six

Zondag 26 november. We drentelen een voor een de theaterzaal van het Veem binnen, waar het podium heeft plaatsgemaakt voor een groot bed. Twee vrouwen, de droomduidster Arrie van der Lecq en de regisseuse Lidy Six, zijn in diepe slaap verzonken. Rondom hen zijn witte kussens neergelegd, waarop het publiek mag gaan zitten of liggen. Om de twee schone slaapsters heen lopen de dramaturg, de vormgeefster en de lichtwerkster op kousevoeten rond en bieden ons op zacht fluisterende toon glazen met thee aan. Aan de wanden een paar uilen die met strenge blikken toezicht houden op de zaal, als waren zij de ultieme wakers van dit suggestieve nachtgebeuren. Als er een belletje klingelt, ontwaakt als bij toverslag de droomduidster uit haar slaap, en begint ons haar droom te vertellen, die verrassend helder en zelfs opmerkelijk alledaags is. In haar droom was ze in een warenhuis op zoek naar een `paar prettige schoenen’ en een `fraaie kamerplant’, en deze tot haar grote voldoening ook gevonden heeft. Dromen is het vervullen van wensen, schreef Freud ooit. En hoewel hij deze wensen meestal seksueel-oedipaal duidde, vatte hij zijn eigen theorie samen met het Hongaarse spreekwoord: `Wat droomt een kip? Een kip droomt van mais.’

Iedereen droomt, zelfs degene die menen dat zij niet dromen, en we dromen niet een keer, maar wel vijf keer per nacht. We verdromen alles bij elkaar wel zo’n vijf jaar van ons leven en toch vormen onze dromen zelden een gespreksonderwerp en besteden we er in gezelschap hoegenaamd geen aandacht aan. We schromen elkaar onze dromen te vertellen, misschien omdat we ze niet als `werkelijk’ beschouwen, of omdat we ze te discreet en te persoonlijk vinden, of omdat we menen dat ze geen `echt’ bestanddeel van onze werkelijkheid uitmaken, maar slechts fantasie of zelfs `bedrog’ zijn. Het tegendeel blijkt echter het geval te zijn. Freud had zo zijn eigen vermoedens, maar inmiddels heeft de neurologische wetenschap een aantal zaken over dromen uit de doeken gedaan. In onze dromen worden de belangrijkste ervaringen en indrukken die we in ons leven opdoen, verwerkt en worden de emoties en gevoelens die ons zijn overkomen in visuele beelden en verhaallijnen gegoten. De verhalen en gevoelens die we in dromen tegenkomen zijn dus niet willekeurig, maar bevatten wel degelijk informatie over hoe het met ons gesteld is. En toch zal bijna niemand op de vraag `hoe gaat het met je?’ antwoorden met: `laat me je mijn droom van afgelopen nacht vertellen.’
Dat is dan ook makkelijker gezegd dan gedaan, want we kunnen onze dromen soms zo slecht herinneren, omdat de ontvangen informatie, die door de hersens als overtollige ruis wordt herkend, er als het ware tijdens de droom wordt uitgekieperd. In onze dromen wordt een belangrijk deel van de informatie verwerkt die overdag in de neo-cortex, het buitenste deel van de hersenen, in de vorm van verbindingen tussen hersencellen, is opgeslagen. De neo-cortex is een soort mailbox waarin alle berichten uit de ons omringende werkelijkheid binnenkomen, die we tijdens onze dromen gaan sorteren en vooral: weggooien wat niet nodig is. Dat is maar goed ook, want er zit een hoop spam tussen die prikkels, die, indien niet geselecteerd en verwijderd, tot een wildgroei aan neuronale verbindingen zou leiden, die effectief handelen in de weg zou staan. Of zoals de droomwetenschappers Crick & Mitchinson het samenvatten: we dromen ook om te kunnen vergeten.

Wat wel bewaard wordt zijn indrukken die voor ons van levensbelang kunnen zijn. Onlangs ontdekten de neurologen Green & Arduini dat dieren in gevaarlijke situaties een stroompje in hun hippocampus hebben dat zes keer wisselt per seconde, het zogenaamde theta ritme. En laten ze datzelfde snel wisselende stroompje nu ook krijgen als ze aan het dromen zijn! Tijdens het dromen herhaalt het dier de situaties die voor hem van levensbelang kunnen zijn. Waarschijnlijk is het ook daarom dat maar liefst 80 % van de emoties die in dromen voorkomen negatief zijn, in de zin dat ze verwarring, angst, onzekerheid of wantrouwen uitdrukken. Hoe levensbedreigend zouden een paar `prettige schoenen’ of een `fraaie kamerplant’ eigenlijk kunnen zijn? Terug naar het theater.
 

Na haar droom verteld te hebben, legt de droomduidster het publiek haar droom uit. De droom vertelt haar dat het heel goed met haar gaat, dat ze de juiste dingen zoekt en ook op haar pad vindt, kortom dat alles fijn en heerlijk is, dat ze gelukkig, goed geaard en intens tevreden met zichzelf is. Op dat moment beginnen enkele toeschouwers een beetje onwennig op hun kussens te draaien. Ook de blikken van de uilen aan de wanden verduisteren enigszins, maar gelukkig ontwaakt dan Lidy Six uit haar slaap en vertelt ons haar droom over een man die half ontkleed en onaangekondigd door haar ruimte loopt. Ze vindt het helemaal niet prettig dat die man daar is en ze weet er eigenlijk geen raad mee. Het voelt als een inbreuk. In tegenstelling tot de zelfverzekerde stem van de droomduidster, is die van Six aarzelend, zoekend, en getuigt deze van een oprecht verlangen iets van haar droomwereld aan het publiek voor te leggen. Waar de droomduidster alle antwoorden reeds bijvoorbaat op zak heeft, ondervraagt en onderzoekt de regisseuse haar eigen droom, en wil ze deze niet bij voorbaat annexeren als een soort bevestiging van haar bestaan. Haar droom ontregelt en verwart en geeft blijk van negatieve gevoelens als angst en onzekerheid, die het netelige van de situatie van een ongewenste indringer kunnen oproepen. Haar droom sluit kortom meer aan bij wat de wetenschap de laatste tijd als de belangrijkste kenmerken van de droomarbeid heeft geduid.

`Werkelijkheid kan de droom verwoesten, waarom verwoest de droom eigenlijk de werkelijkheid niet?’, vroeg Georg Moore zich af. In wezen doet de droom dat wel, want tijdens het dromen worden die indrukken van de werkelijkheid verwerkt en tot op zekere hoogte gesublimeerd die bedreigend voor ons zouden kunnen zijn. Vertel me wat je droomt, en ik vertel je wat je angsten van dit moment zijn. Dromen zijn heel persoonlijk. Het is pure hersenactiviteit, aangewakkerd en aangespoord door een enorm scala aan indrukken en ervaringen die we dagelijks te verstouwen krijgen. Uit recent onderzoek van Jonathan Wilson bleek dat alleen die hersencellen die overdag echt hebben deelgenomen aan het opdoen van vitale ervaringen, ook `s nachts bij het dromen betrokken zijn. Dit alles wijst erop dat dromen geen bedrog zijn, maar `echt’, in de zin dat het reacties zijn op wat ons `echt’ is overkomen. De nieuwe indrukken worden vermengd met vorige en vroegere ervaringen die in het geheugen zijn opgeslagen. De droom is kortom niet alleen een logboek van onze individualiteit, maar ook een leerproces en een dagelijkse onderhoud van onze hersenen. Dat verklaart ook waarom mensen die slecht of heel licht slapen en niet tot de diepere REM slaapcycli geraken, psychische en fysieke problemen gaan vertonen, kortom minder goed kunnen functioneren.
Lidy Six vertelde me dat het meest waardevolle voor haar aan deze voorstelling over dromen was geweest, dat ze wekenlang haar dromen had opgeschreven en hierdoor inzicht had gekregen in bepaalde droompatronen. Ook bleek dat ze een paar keer voorspellende dromen had gehad. Over de wetenschappelijke verklaring hiervoor, tasten we vooralsnog in het duister. Wellicht draagt de werkelijkheid ook toekomstige zetten in zich, zoals bij een schaakspel, waar je bij een bepaalde positie een aantal stappen vooruit moet denken. Of misschien zijn we in onze dromen ook nog aangesloten op andere circuits dan de puur neuronale van onze eigen hersenen en komt er een verbinding met andere kennisvelden tot stand, zoals alternatieve wetenschappers als Sheldrake veronderstellen. De grondslag van zijn betoog is dat alle natuurlijke systemen op alle niveaus van complexiteit - atomen, molekulen, cellen, organen, organismen en gemeenschappen - door morfische velden worden bezield en georganiseerd, die allen een eigen inherent geheugen bevatten. Door als het ware aan te klikken op zo’n morfisch veld kunnen we kennis verkrijgen die niet alleen ons eigen brein, maar ook onze ervaring van tijd en ruimte ontstijgt. Want de morfische resonantie van deze velden strekken zich volgens Sheldrake niet alleen over enorme afstanden maar ook over tijdsgrenzen uit. Hij verklaart hiermee waarom trekvogels, ook als hun zintuigen `onklaar’ worden gemaakt, toch weten welke kant ze uit moeten vliegen. Maar wie weet heeft Lidy Six haar telepatische dromen, die overigens andere personen dan haar zelf betroffen, ook wel via de resonantie van zo’n magnetisch veld ingefluisterd gekregen. Pure speculatie, zegt de reguliere wetenschap, die echter zelf ook geen verklaring heeft voor voorspellende dromen, telepathie of andere vormen van intuitieve kennis.

Aan het einde van de voorstelling, stapt Lidy Six uit bed en maakt een slaapwandelende dans door de ruimte. Telkens als ze dreigt te vallen, wordt ze door Robert Steijn, de dramaturg, opgevangen. Het is net alsof zij hiermee de inzet van deze theaterserie Orakels verbeeldt. Ze onderzoekt hierin andere vormen van kennen, de orakels van deze tijd, zonder bij voorbaat een oordeel te vellen of houvast te zoeken bij de gangbare, rationele verklaringsmodellen. Het is spannend en niet zonder risico je in deze dagen open te stellen en over te geven aan alternatief orakelende geesten, maar gelukkig is daar Robert, die elke keer als ze op de grond dreigt te vallen, nog net op tijd een arm om haar schouders slaat.


Joke J. Hermsen